Herben en de gedachtepolitie (22.8.10)

In de Volkskrant hekelt voormalig LPF-voorzitter Mat Herben de 'linkse gedachtepolitie' die Wilders opvattingen toedicht die hij nooit heeft verwoord.

Het is een merkwaardig betoog met een fiks aantal drogredenen.

1. Vaag taalgebruik. De linkse gedachtepolitie is wellicht de enige serieuze bedreiging. Met dat ‘wellicht’ kunnen we alle kanten op.

2. Persoonlijke aanval. De tegenstanders zijn behept met Marcuse-virus. We hoeven dus geen enkele criticus serieus te nemen.

3. Vertekening van standpunten. De tegenstanders schakelen kritiek op de islam gelijk met kritiek op moslims, stelt; Herben. Wie die tegenstanders zijn is niet duidelijk. Feit is dat er ook tegenstanders die van mening zijn dat Wilders het in het verleden wel degelijk over (alle) moslims heeft. Een uitspraak als: “Ik zou niet graag willen dat een groeiend aantal mensen, wellicht in de toekomst een meerderheid van de Nederlandse bevolking of het kabinet, uit moslims bestaat” laat niets aan de verbeelding over. In het interview in de Volkskrant (7.10.06) antwoordde Wilders op de vraag “Wat is het eerste dat u verandert als u het morgen voor het zeggen krijgt in Nederland?” heel duidelijk: “De grenzen gaan nog diezelfde dag dicht voor alle niet westerse allochtonen. De demografische samenstelling van de bevolking is het grootste probleem van Nederland. Ik heb het over wat er naar Nederland komt en wat zich hier voortplant. Als je naar de cijfers kijkt en de ontwikkeling daarin? Moslims zullen van de grote steden naar het platteland trekken.”

.

Terzijde. Historisch gezien zijn Herbens beweringen enigszins een slag in de lucht. In zijn onlangs verschenen The Wind from the East: French Intellectuals, the Cultural Revolution, and the Legacy of the 1960s’ laat de historicus Richard Wolin zien dat Mao de inspiratiebron was. Ook in de kritische beschouwing van de rechtse intellectueel Sévillia in ‘Le Terrorisme Intellectuel’ (2000) komen we Marcuse niet tegen. De ‘intellectuele’ inspiratiebron in het door Herben genoemde tijdvak (1968-1985) was niet (alleen) Marcuse, maar Heidegger en Nietzsche (maar dan wel in de versie van Foucault).* M.n. Foucault domineerde in het laatste gedeelte van het genoemde tijdvak.

*) Dit laatste stukje, Terzijde, is iets aangepast n.a.v. de onderstaande discussie.