Retoriek in het Vlaamse (6.9.10)

Stadhuis van Luik (foto: Ron Ritzen)
.

‘Karaktermoord’, aldus Fernand Keuleneer, de advocaat van kardinaal Godfried Danneels, en hij wees in de richting van de Vlaamse kwaliteitskrant De Standaard. Het was een interessant staaltje van retorisch geweld, maar Keuleneer kwam er niet mee weg.

Wat was er aan de hand? De Standaard had een transcriptie van een geheime geluidsopnames gepubliceerd van twee gesprekken tussen de Brugse ex-bisschop Roger Vangheluwe en zijn neef die hij jarenlang heeft misbruikt. Kardinaal Danneels was eveneens bij dat gesprek aanwezig.

Het gesprek was onthullend. Danneels wilde het seksueel misbruik door Vangheluwe min of meer in de doofpot houden. In elk geval tot Vangheluwe met pensioen zou gaan. Ook stelde hij het slachtoffer voor om vergiffenis te schenken.
“Niets aan de hand”, liet de advocaat van Danneels later weten. “Wij menen daarenboven dat de kardinaal ook vanuit moreel oogpunt correct heeft gehandeld”. Het was de Standaard die fout zat. “Bepaalde passages werden in het rood gemarkeerd en de tekst werd verder voorzien van uiterst gekleurde commentaar”, aldus de advocaat. Dat verwijt herhaalde hij op 5 september in de uitzending ‘de Zevende Dag’. “Bild Zeitung zou nog iets van u kunnen leren”, beet de advocaat Bart Sturtewagen, de hoofdredacteur van De Standaard, toe. In dezelfde uitzending stelde Keuleneer dat het tweede gesprek niet eens volledig was uitgeschreven.

Sturtewagen wees erop dat dat het eerste gesprek volledig was opgenomen. Het tweede gesprek was inderdaad niet helemaal uitgeschreven, maar bevatte volgens de hoofdredacteur ook geen wezenlijk nieuwe informatie. Bovendien was er niet handig of selectief geknipt in het gesprek (waardoor zinnen dus ook niet uit hun verband waren gerukt).

Analyse. Valt de Standaard iets te verwijten? Het antwoord moet ontkennend luiden. Dat de redactie van de Standaard bepaalde alinea rood had gemaakt, kan niet als een poging worden aangemerkt om te manipuleren. Dat journalisten nieuws ook duiden, is juist hun taak. Los daarvan was het hele (eerste) gesprek volledig na te lezen.

Het verwijt van Keuleneer dat het tweede gesprek niet was uitgeschreven, was evenmin sterk. Het begon er mee dat Keulenaar de opnames niet had beluisterd. Een oordeel over het manipulatieve karakter berustte daarom sowieso al op drijfzand.

Keuleneers poging om de Standaard - ten onrechte - in het beklaagdenbankje te krijgen, was dan ook bijna gelukt. Maar Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht en BV’er, mocht na afloop van de discussie tussen Keuleneer en Sturtewagen commentaar geven. HIj wees er terecht op dat Keuleneer de zaak zonder steekhouden juridische argumenten afleidde van de werkelijke kwestie, namelijk de handelwijze van de kardinaal. Sturtewagen deed precies wat hij moest doen, namelijk de onterechte aantijgingen van Keuleneer fileren. Torfs bracht vervolgens de zaak weer scherp terug tot de kern van de zaak en wist die met een paar woorden pijnlijk bloot te leggen. Het ging om de doofpotcultuur die in de katholieke kerk nog altijd een stevige bodem heeft.