De kwestie AEL (23.12.2010)

Een aantal maanden geleden, september 2010, was het hoge woord bij het OM er uit: Gregorius Nekschot zou niet worden vervolgd. Zijn cartoons en teksten waren dan wel strafbaar, maar het OM besloot Nekschot niet te vervolgen, omdat hij na zijn aanhouding een dag en een nacht in voorlopige hechtenis had gezeten, de strafbare cartoons niet meer online stonden, de aangifte vijf jaar oud was en er geen nieuwe aangiften bij het OM waren binnengekomen.
Wilders, zo bleek een maand eerder, werd evenmin vervolgd voor het plaatsen van de Deense spotprenten over de profeet Mohammed op de PVV-site. Die cartoons, zo stelde het OM, waren niet strafbaar. Ze gingen over de profeet Mohammed, maar er wordt niets mee gezegd over de groep moslims. Geen enkele cartoon was beledigend voor moslims of zette aan tot haat tegen, discriminatie van of geweld tegen moslims. ‘Dus is ook het publiceren en verspreiden hiervan niet strafbaar’, aldus het OM.
Toch kan niet alles. AEL-woordvoerder Bouzerda werd bijvoorbeeld wel vervolgd vanwege een spotprent, waarin de Holocaust werd ontkend. Dat leidde augustus 2010 tot een veroordeling: hij moest € 2.500 betalen waarvan € 1500 voorwaardelijk. Eerder sprak de rechtbank hem vrij, maar het gerechtshof Arnhem vond dat de cartoon wel degelijk onnodig grievend en bovendien beledigend was. De vrijheid van meningsuiting is ook in de ogen van het hof erg belangrijk, maar het ontkennen of bagatelliseren van de Holocaust is toch echt een stap te ver. Bouzerda stelde op zijn beurt dat hij de dubbele moraal over uitingsdelicten aan de orde wilde stellen, maar het hof vond het middel, een spotprent, een stap te ver gaan om het ‘door verdachte beoogde doel’ te bereiken . Dat doel, zo stelde het hof verder, had ook op vele andere wijzen kunnen worden bereikt.
Stille Jansen, directrice Meldpunt Discriminatie Internet vond het wonderlijk dat deze ‘inperking’ van de vrijheid onbesproken bleef. ‘Waar in andere gevallen, zoals in de zaak tegen cartoonist Gregorius Nekschot de zelfbenoemde strijders voor de vrijheid van meningsuiting op de barricades staan, gaf bij de veroordeling van de AEL niemand een kik.’ (
Vk, 1.9.10) In het geval van Nekschot gaat het om een autochtone cartoonist die tekeningen maakt die strafbaar zijn omdat zij beledigend zijn voor onder anderen moslims. Bij de veroordeling van de AEL gaat het om een Arabische organisatie die Joden beledigt. Het recht behandelt de vrijheid van meningsuiting voor Nekschot en de AEL gelijk, zoals het hoort. De strijders voor de absolute vrijheid van meningsuiting doen dat niet. Voor hen is de vrijheid van Nekschot beschermingswaardiger dan die van de AEL.
Journalist
Brendel wees erop dat het helemaal niet stil was, zoals Jansen beweerde: ‘Bij De Jaap, opgericht door ‘vrijheidsnarcist’ Bert Brussen, verschenen twee artikelen tegen het AEL-vonnis. Robert Engel, die andere ’vrijheidsextremist’, nam het eveneens op voor de meningsvrijheid van de AEL. Ook op andere plaatsen (bijvoorbeeld De Dagelijkse Standaard, Elsevier, TheRealShowStopper en Geen Stijl) werd protest aangetekend tijdens het proces, niet uit sympathie voor de weerzinwekkende plaatjes van tekenaar Abdoulmouthalib Bouzerda, maar vanwege het principe van de vrije meningsuiting. Zo zag Trouw-columnist Sylvain Ephimenco vanaf het begin niets in de vervolging van Bouzerda.’
Analyse. Dat niemand een ‘kik’ gaf, is dus gezien de bovenstaande links regelrecht onjuist.