Rinus Otte vs. Van Zutphen (7.12.10)

Misbruiken rechters soms hun vrijheid? Deze vraag werd naar aanleiding van het boek van Rinus Otte voorgelegd aan Van Zutphen, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Hij vindt van niet: “Nou, die levenslange aanstelling heb je niet gekregen om op vrijdagmiddag het gras te gaan rollen” (NRC, 2 december 2010). Zulk gedrag kwam ooit voor, “maar dan moet je twintig jaar terug”.

Wie nu niet goed functioneert, ondervindt daarvan consequenties in de vorm van verbeterafspraken, gesprekken, cursussen enoverplaatsingen. Van Zutphen: “Uiteindelijk kan dat leiden tot onvrijwillig ontslag.” Niemand in de rechterlijke macht is een arrest van de Hoge Raad uit 2009 ontgaan, zo meldt hij verder. Toen werd een bestuursrechter ontslagen die sinds 1997 slecht functioneerde.

Analyse. Deze verwijzing is interessant. Om aan te geven dat ook een onvrijwillig ontslag van rechters mogelijk is, verwijst Van Zutphen naar een arrest van de Hoge Raad van 2009. Dat een rechter een aanstelling voor het leven heeft, is betrekkelijk, want in 2009 werd er een ontslagen.

Maar is Van Zutphens verwijzing in de context die Otte schetst, wel relevant? Laten we eens nader kijken naar die uitspraak van de Hoge Raad (LJN BK6646). Over dat ontslag kunnen we het volgende lezen:

De rechter, waar het hier om gaat, werd in 1992 aangesteld. Uit het verslag van het evaluatiegesprek van 19 december 1996 blijkt dat wordt getwijfeld aan haar besluitvaardigheid en dat zij voorlopig nog een halve portie zaken krijgt toebedeeld. Tijdens een gesprek van 16 juni 1997 wordt gesproken over een overgang naar de strafsector. De beoordelaar is onder meer van mening dat een overgang voor betrokkene wenselijk is omdat haar functioneren in de bestuurssector “thans nogal wordt overschaduwd door de al enige jaren durende discussie over haar kwantitatieve prestaties”.

Negen jaar kwakkelt het door, onder andere door haar alcoholverslaving. Op 24 juni 2006 wordt ze op non-actief gesteld. Van 6 november 2007 tot 15 mei 2008 is ze in het kader van de re-integratie voor twee dagen per week werkzaam geweest in de strafsector van de Rechtbank. Bij die rechtbank is men niet tevreden over het werktempo, de inbreng in het raadkameroverleg, het collegiale verkeer en het optreden ter zitting. De conclusie van de begeleiders binnen de Rechtbank is dat de re-integratie onvoldoende succesvol is gebleken om als basis te kunnen dienen voor verdere werkzaamheden binnen de strafsector van de Rechtbank.

De Hoge Raad is, in overeenstemming met het advies van de Adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren van 23 maart 2009, van oordeel dat betrokkene ongeschikt is voor het verrichten van haar taak als rechter. Dit oordeel berust op het totaalbeeld van het functioneren van betrokkene, die, zo meldt de Hoge Raad, in “ieder geval sedert 1997, niet in staat is geweest om het werk dat van haar als rechter wordt verlangd in een aanvaardbaar tempo te verrichten, hetgeen tot onwenselijke vertragingen heeft geleid en de samenwerking met haar collega's onder grote druk heeft gezet.”

Het voorbeeld van Van Zutphen bevestigt eerder de bevindingen van Otte dan het tegendeel. Weliswaar werd de rechter onvrijwillig ontslagen, maar wel pas na twaalf à dertien jaar. Toegegeven, eind 2005 en begin 2006 leek met haar het beter te gaan. Maar ondanks haar familiaire omstandigheden en haar alcoholverslaving is de periode dat niet niet adequaat bleef functioneren al met al zeer lang.

Los van dit punt is Van Zutphens eerste antwoord op de vraag of rechters hun vrijheid misbruiken, irrelevant. Dat een rechter een levenslange aanstelling niet heeft gekregen om op vrijdagmiddag in het gras te gaan rollen, is geen antwoord op de vraag of het gebeurt.