VVD vs. CDA (31.3.10)

Jeanine Hennis-Plasschaert (nieuw op de VVD-lijst) reageerde verontwaardigd: CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma-Buma verdraaide volgens haar een uitspraak van Fred Teeven, VVD-Kamerlid. Volgens Haersma-Buma zou de VVD-er voorstander zijn om de politie de bevoegdheid te geven om overal en altijd preventief te fouilleren (Pauw&Witteman, 30 maart 2010). Dat was helemaal niet het geval, hield Hennis-Plasschaert stellig vol. Veiligheid en privacy gaan volgens haar hand-in-hand. Teeven, zo stelde zij verder, wenst een landelijke regeling met meer waarborgen voor de burger.

Maar op de site van de VVD wordt een en ander toegelicht en daar staat toch een ander verhaal dan Hennis-Plasschaert vertelde:

“VVD wil preventief fouilleren"
maandag 1 maart 2010 , door Fred Teeven

De VVD is van mening dat preventief fouilleren overal en altijd toegestaan moet zijn, en wil dat in een algemene wet regelen.

Fred Teeven: “De VVD wil zich wapenen tegen het feit dat men ongestoord wapens kan dragen. Met name in de grote steden vinden veel wapenincidenten plaats, in totaal iedere dag wel zo’n 50 tot 60. Het bezit van wapens moet veel onaantrekkelijker gemaakt worden, en het is bewezen dat het uitbreiden van preventief fouilleren daarbij kan helpen.”
20% van de jongeren draagt een wapen bij het uitgaan. Eén op de tien jongeren neemt een wapen mee naar school. Naast strenger straffen helpt preventief fouilleren om dit wapenbezit tegen te gaan. Vuur- en (verboden) steekwapenbezit zal steeds worden vervolgd.

“Bijvoorbeeld in Rotterdam vonden in 2007 75 (fouilleer)acties plaats. Bij die acties zijn 161 wapens in beslag genomen. Het aantal in beslag genomen wapens per actie daalde van 3,9 in 2006 naar 2,2 in 2007. Dat is een daling van 23%. Gebleken is dat gefouilleerde personen in veiligheidsrisicogebieden steeds minder vaak een wapen op zak dragen. Dat is de bedoeling!”, aldus Teeven.

De VVD is zich ervan bewust dat fouilleren de persoonlijke levenssfeer van mensen kan aantasten. Maar daar staat tegenover dat mensen zonder veiligheid ook geen vrijheid ervaren. Iedereen moet ongestoord van de openbare ruimte gebruik kunnen maken.

Teeven: “Er kleven nadelen aan, maar de effectiviteit is groot en het is in het belang van de veiligheid. De acceptatie onder burgers in de grote steden is groot. Om Rotterdam nog eens als voorbeeld te nemen, preventief fouilleren is daar een door de bevolking geaccepteerd en gewaardeerd instrument in de bestrijding van geweld en wapens.”

De politieke controle binnen gemeenteraden is een farce. Preventief fouilleren wordt daar onderwerp van politiek gekissebis. Daarom niet gemeentelijk, maar landelijk regelen!”

Kortom, privacy inleveren ten behoeve van meer veiligheid.

Tienergeweld in Londen (30.3.10)

Londen vreest een nieuwe golf van tienergeweld, kopt de Metro. Eerst de feiten volgens deze krant: een zekere Sofyen werd vermoord, waarschijnlijk door twintig belagers. En twee jaar geleden kampte Londen met een explosieve groei van jeugdcriminaliteit. Deze moord wordt door de Londense bevolking kennelijk als een voorbode van een golf van tienergeweld gezien.
Er is iets vreemds aan de hand met dat artikel. De cijfers in het artikel staven de bewering niet en verder gaat het stuk helemaal niet over een of andere vrees.
Eerst de cijfers. Twee jaar geleden was er volgens de Metro een explosieve groei, maar volgens de bijgeleverde grafiek steeg het aantal doden door geweld bij de jeugd van 26 in 2007 naar 30 in 2008. Explosief kan die groei in de periode 2007-2008 dus in elk geval niet worden genoemd. Overigens staan in The Guardian staan overigens andere cijfers: 20 in 2008 en 10 in 2009. (Volgens de Metro was dat 13. Maar dit terzijde.)
Dan die vrees. In het artikel gaat het op één zin na, niet over de vrees. Noch in de Times, noch in de Telegraph, kwam ik iets tegen over een of andere vrees voor een nieuwe golf van tienergeweld. Evenmin in de BBC en The Guardian. Wel wordt in beide kranten melding gemaakt van één eerdere rel en één eerder incident.
Kortom, een leuke kop, maar ook niet meer dan dat.

Pam, Freud & bewijs (29.3.10)

Max Pam: “Het is waar dat er onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit van de psychoanalyse. Freud zelf heeft eens geprobeerd een wetenschappelijk experiment op te zetten, maar door onkunde kwam daar niets van terecht. Bovendien heeft Freud in de beschrijving van zijn patiënten nogal wat verzonnen om zijn theorieën kloppend te maken.”
Analyse. Op Pams tweede bewering is behoorlijk wat af te dingen. Freud heeft wel degelijk een toetsbare voorspelling gedaan over de termijn waarin de behandeling effectief is. En die voorspelling bleek niet uit te komen.

Het nut van argumenteren (27 & 28 maart 10)

"Aan argumenten heb je niks; daar kunnen intellectuelen er zestig per seconde van verzinnen."
Harrie Jekkers, Nederlandse zanger, schrijver en cabaretier.

Lucia de B.: Ton Derksen vs. OM (26.3.10)

sitestat
‘Van Lucia de B. kan ik met meer zekerheid zeggen dat ze geen moord heeft gepleegd dan van advocaat-generaal Rijkers. Van haar weet ik ongeveer alles, van hem niks’, aldus oud-hoogleraar Ton Derksen. In 2006 fileerde hij regel voor regel de gerechtelijke uitspraak over Lucia de B. en mede door die analyse besloot de Hoge Raad - uiteindelijk - dat de zaak toch moest worden herzien.
Toch is Derksen niet (helemaal) tevreden. ‘Lucia wordt niet gerehabiliteerd. In zijn requisitoir zegt Rijkers dat er onvoldoende zekerheid is om Lucia voor moord te veroordelen. In haar strafblad zal genoteerd worden dat de verdenkingen niet bewezen konden worden. Dat is buitengewoon kwalijk, gezien het leed dat door ditzelfde OM is veroorzaakt’, zei Derksen in het NRC (20 maart 2010).
Hij wijst in dit verband op het mechanisme van de conversational implicature: ‘Als je zegt dat iets niet bewezen is, dan wordt door iedereen begrepen dat het onbewezene heel wel plaats gehad kan hebben. Er blijft een verdenking, die helaas niet bewezen kan worden. Op deze manier krijgt ze alsnog levenslang.’
Analyse. Juridisch gezien gaat het om de vraag of een tenlastegelegd feit kan worden bewezen. De conclusie van Rijkers is nu dat dit niet kan worden bewezen. Maar feit is dat er op deze wijze toch een luchtje blijft hangen.

Mans, Leers en de drogreden van de inconsistentie (25.3.10)

“Maastricht meet met twee maten”, stellen de (oud-)hoogleraren Hans van den Heuvel en Leo Huberts (Vk, 24.3.10). Beiden zijn lid van de onderzoeksgroep Integriteit van het Bestuur van de VU in Amsterdam
Wat was (en is) er aan de hand? Nog niet zo lang geleden moest de toenmalige burgemeester Gerd Leers zich - min of meer gedwongen - terugtrekken vanwege een (al dan niet terecht vermeende) belangenverstrengeling van de toenmalige burgemeester Gerd Leers. “Of hij daarbij zijn ambt heeft misbruikt, was de grote vraag. Belangenverstrengeling lag op de loer. Reden voor de gemeenteraad de zaak tot op de bodem te laten uitzoeken. Dat kostte veel tijd en geld, maar dat mocht ook wel, het ging om de integriteit van het bestuur. Dat onderzoek was wel grondig, maar de uitslag vaag. Leers had fouten gemaakt, maar van belangenverstrengeling was geen sprake. De gemeenteraad kwam tot de conclusie dat de burgemeester het odium van onkreukbaarheid miste en niet verder kon. Hij had de schijn tegen en zijn imago was hoe dan ook gedeukt.”
De afloop is bekend: voor het tot een stemming kwam, nam Leers ontslag. “Integriteit op het scherp van de snede, zowel in de inhoudelijke afweging als in de uitkomst: de burgemeester moet volstrekt onkreukbaar zijn en elke ‘schijn tegen’ vermijden. De maatstaf voor dit oordeel was de morele gedragscode die voor de burgemeester geldt”, aldus Van den Heuvel en Huberts.
Maar wat blijkt? Jan Mans (Limburger, PvdA’er, oud-burgemeester van Enschede en waarnemer in Maastricht) blijkt een commerciële nevenfunctie niet te hebben gemeld bij de Limburgse gouverneur, die voor zijn benoeming als waarnemer verantwoordelijk is. De gemeenteraad was ook niet al te zorgvuldig, want alles werd in orde bevonden.
Terecht wijzen Van den Heuvel en Hubert op een merkwaardige inconsistentie: “Terwijl Leers om een schijnbare belangenverstrengeling zijn biezen moest pakken, hoeft de waarnemend burgemeester geen afstand te doen van zijn commerciële nevenfunctie: commissaris bij Janshen en Hahnraths Group. De onderneming is eigenaar van Fair Play casino’s, een keten van speelautomatenhallen, ook in Maastricht, waar roulette kan worden gespeeld.” Dat is, stellen beide wetenschappers, in strijd met de strenge gedragscode van de gemeente Maastricht. “Het is een commerciële nevenfunctie, dicht bij het ambt, want een burgemeester heeft in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde bij uitstek te maken met sekshuizen, belwinkels, coffeeshops en uiteraard ook gokhallen. Ze zijn onderworpen aan een vergunningplicht. Krachtens de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) moet onder verantwoordelijkheid van de burgemeester periodiek worden gecontroleerd of de voorwaarden van de verleende vergunning worden overtreden, ook bij ‘zijn’ bedrijf. Maar als bedrijfscommissaris moet hij de belangen van de gokhallenautomaat behartigen.” Nu de reactie van burgemeester Mans: hij weet deze zaken uitstekend weet te scheiden. Als er problemen zijn met het bedrijf zal hij onmiddellijk afstand doen van zijn commissariaat. Van den Heuvel en Huberts: “Dat hebben we vaker gehoord. Het is een drogreden, omdat we als burger niet zien wat er achter de schermen gebeurt. Leers werd weggestuurd, Mans komt er mee weg.”
Mans reageert vandaag met een ingezonden brief in de Volkskrant: hij heeft zijn cv op 14 januari keurig én volledig aangeleverd bij het kabinet van de gouverneur. De nevenfunctie heeft hij naar eigen zeggen niet verzwegen. Hij noemt de beschuldiging dan ook krenkend.
Analyse. Hans van den Heuvel en Leo Huberts wijzen op een merkwaardige inconsistentie in zaak-Leers en de zaak-Mans. De analogie in beide zaken is namelijk dermate sterk, dat ook de positie van Mans onhoudbaar zou moeten zijn, mits hij inderdaad zijn nevenfunctie had vermeld. Zoals gezegd, Mans ontkent dat laatste.
Maar stel nu dat Mans inderdaad al zijn nevenfuncties wel heeft gemeld. Is daarmee het punt van de mogelijke belangenverstrengeling van de baan? Nog steeds blijft het punt dat Leers de schijn van belangenverstrengeling tegen zich had en daarom weg moest; en nog steeds blijft het punt dat Mans in zijn hoedanigheid als burgemeester moet oordelen over een onderneming waar hij een commissariaat bekleed. Ook hij heeft de schijn tegen, maar wordt en werd daar - anders dan leers - niet op afgerekend.

Heine vs. Ayaan 2 (24.3.10)

In een opiniestuk in het NRC schreef Ayaan Hirsi Ali dat Geert Wilders goed was voor Nederland, omdat anders boze autochtone Nederlanders het recht in eigen hand zouden nemen en radicale moslimgroeperingen te lijf zouden gaan. Bas Heine reageert: “Toen ik een paar jaar geleden in New York voor een zaal studenten met haar discussieerde en haar de uitspraken van Wilders over de tsunami van moslims voorhield, nam ze afstand van hem door te zeggen dat het maar ‘om één man’ ging – waar maakte ik me druk om? Nu is Wilders juist goed voor Nederland” (NRC, 20.3.10).
Analyse. Is dat echt zo merkwaardig? Een paar jaar geleden was de aanhang van Wilders klein en zijn politieke betekenis – op dat moment – niet erg groot. Nu is de aanhang van Wilders groot en daarmee is zijn betekenis verandert: hij kanaliseert de onvrede die in bepaalde kringen in de samenleving leeft. Zo lees ik Ayaans stuk.
Of haar analyse inhoudelijk klopt, kan ik niet beoordelen. Maar de argumentatie erachter is niet vreemd.

Heine vs. Ayaan 1 (23.3.10)

“Kampioen van emotionele logica is Ayaan Hirsi Ali”, meent columnist Bas Heine (NRC, 20.3.10) “Ik ken niemand die er zo goed in slaagt argumenten bij een emotie te vinden – steeds weer andere. In een opiniestuk in deze krant schreef ze vorige week dat Geert Wilders goed was voor Nederland, omdat anders boze autochtone Nederlanders het recht in eigen hand zouden nemen en radicale moslimgroeperingen te lijf zouden gaan. Radicale moslimgroeperingen – voor je ze te lijf kunt gaan, moet je ze wel eerst even vinden. Na jaren van een stug beleden atheïsme, na jaren van verbeten Verlichtingsretoriek over de mens die durft te denken, zijn het nu juist de christenen die een beschavingsmissie wordt toegekend: zij kunnen moslims bekeren tot een vriendelijke god. Moet je het allemaal blijven volgen, vraag je je wel eens af.”
Analyse. Na jaren van een stug beleden atheïsme, zijn het dus de christenen die Ayaan een beschavingsmissie toekent. Heine ziet een tegenstelling die er niet is. Ayaan kan atheïst zijn en er tegelijkertijd van overtuigd zijn dat de christelijke religie – sociologisch gezien – pacificerend kan werken.

Heleen Mees en de persoonlijke aanval nr. 432 (22.3.10)

Wouter is een dus watje. Getekend: Heleen Mees (NRC, 19.3.10)
Bos heeft in de ogen van Mees nogal wat op zijn kerfstok: bij de onderhandelingen over het regeringsbeleid mocht er al geen vrouw aanwezig zijn. En “terwijl Kant manmoedig de volle verantwoordelijkheid op zich nam voor de nederlaag die de SP bij de gemeenteraadsverkiezingen had geleden (minus 56 raadszetels), nam Wouter Bos een week later afscheid als ‘de toekomstig premier van Nederland’. Dat zijn partij bij de gemeenteraadsverkiezingen kort daarvoor maar liefst 674 raadszetels had verloren, eenderde van het aantal dat in 2006 was behaald, en bij de verkiezingen voor het Europees Parlement slechts drie zetels scoorde tegenover vijf voor de PVV, werd door de o zo loyale partijgenoten gemakshalve genegeerd.”
Gelukkig waren er de vrouwen die Bos (met zijn ‘visieloos leiderschap’) terugstuurden naar de onderhandelingen over nieuwe regering over een emancipatieparagraaf. Ook het herstel van de peilingen kwam voor rekening van een vrouw: “De omslag voor de PvdA in de peilingen pas kwam nadat PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer eigenhandig premier Balkenende dwong op zijn schreden terug te keren na de presentatie van het rapport van de commissie-Davids.”
Integer is Bos ook al niet: “Als Wouter een vent was geweest zou hij vorige week hebben gezegd dat hij er niet voor voelde om straks weer vier jaar lang vanuit de Kamerbanken te moeten opereren. Dat het, als het dit voorjaar op een krachtmeting met Jan Peter Balkenende aan zou komen, nog maar zeer de vraag was of de PvdA onder zijn leiding op 9 juni als grootste uit de bus zou komen. Dat lijkt mij het belangrijkste motief voor Wouter om het bijltje er plotsklaps bij neer te gooien. Zei Wouter niet zelf dat zijn besluit om de politiek te verlaten moeilijker was geworden nu de kans op een overwinning in juni groter was geworden?” Dus niks ‘tijd-voor-kinderen’. Geen zin in ‘bankzitten in de Tweede Kamer’ is dus het echte motief. Volgens Mees dan.

Fresco en het raadsel van de zelfpresentatie (21.3.10)

Iemand de grond schrijven, wil Louise Fresco niet. “Dat ligt aan mij. Zoals ik ben, maar niet omdat ik vind dat columnisten dat niet doen. De ene columnist is de andere niet.” (http://nrc.tv/ en dan ‘afzeiken is zo 2009.’).
Klinkt sympathiek. Maar hoe moeten we deze uitspraak dan plaatsen: “Middelmatigheid voert de lijst aan (bij politici, RR.), en de leiders lijken als de dood om zich te omringen met vazallen die meer getalenteerd zijn dan zijzelf. Daarmee geven zij expliciet de voorkeur aan een middelmaat van een nog iets lager gehalte” (NRC, 9.6.09). Dat was volgens Fresco dan ook de verklaring dat Mariëtte Hamer werd gekozen als fractiekeider van de PvdA. Lijkt me niet echt een compliment.
Of deze uitspraak: “We zien (onder politici, RR,) vooral een totaal gebrek aan betrokkenheid bij het grotere geheel en verantwoordelijkheidsgevoel voor de publieke zaak. Terwijl politici zijn gekozen om collectief het landsbelang te dienen, laten ze zich maar al te makkelijk leiden door eigenbelang en kortzichtigheid.” Moed en eerlijkheid ontbreken in alle gevallen, weet Fresco. Hiermee wordt naar mijn bescheiden mening een complete groep weggezet als notoir onbetrouwbaar.

Media-intellectuelen (6): Martin Sommer

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Martin Sommer.


De gekleurde werkelijkheid van Martin Sommer



Dit stuk verschijnt t.z.t. in bewerkte vorm in een boek.

Media-intellectuelen (5): Simon Rozendaal

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Simon Rozendaal.

De gamma-ongeletterdheid van Simon Rozendaal


Vlak na de val van de Muur leek de hele wereld (inclusief Sarkozy) ergens in Berlijn rond te hangen, merkt Rozendaal op (Elsevier). Hijzelf zat voor de tv en zag een groep vluchtelingen uit Oost Europa voor een Limburgse slagerij. Ze zagen rauwe ham, gekookte ham, berliner, gebraden gehakt, corned beef, enzovoorts, en dat in zes varianten per vleessoort. Ze werden gek.In de Scientific American van een tijdje geleden, zo meldt Rozendaal, stond een artikel over de ingewikkeldheid van keuzes. “Wij mensen vinden het naar om uit één artikel te kiezen en we vinden het ongeveer even naar om uit twintig artikelen te kiezen. Een stuk of drie is ideaal. Dat maakt de verbijstering van de ex-communisten in de Limburgse slagerij een stuk begrijpelijker. L’embarras du choix heet dat geloof ik. Wij kunnen kiezen en doen dat ook. We kiezen in de supermarkt tussen twintig versies van hetzelfde product en doen dat op basis van criteria die we nauwelijks kennen. Het product ziet er zo leuk Amerikaans uit, of zo leuk Frans, of we houden een beetje meer van rood dan van groen, of we vonden die reclame eergisteren zo leuk, hoe dan ook, we zijn gewend aan kiezen. Dat kon je niet onder het communisme.” Verder koppelde Rozendaal dit verval ook nog aan de piramide van Maslov, maar dat doet nu niet terzake.Een dikke week eerder liet Rozendaal zijn licht schijnen over de sociale wetenschappen naar aanleiding van de kwalificatie ‘extreem-rechts’ van Wilders door een drietal wetenschappers. “In Nederland gebruiken wij het woord wetenschap voor zowel alfa, bèta als gamma. In de Angelsaksische landen is dat anders: daar heet science alleen maar natuurwetenschap. De humaniora – de geesteswetenschappen, recht, taalkunde enzovoorts – doen daar hun best om zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, maar het zijn geen echte wetenschappen.” Het gaat slechts om meningen. “Voor hun mening een andere.”Hoe probeerde Rozendaal zich hier nu, een week later dus, uit te redden? Zo dus: “Ik ben zoals u wellicht weet een chemicus, een natuurwetenschapper dus. Maar ik heb tijdens mijn studie in het kader van wat toen Studium Generale heette een inleidend college sociologie gevolgd. Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven.” Wat een week eerder ‘mening’ heet, blijkt nu ineens toch ‘kennis’ te zijn.Voor dit soort redeneringen hebben we – naar mijn mening - een etiketje: inconsistent redeneren.

Maslov of Maslow
Terug naar die Maslov. “Dat vond ik tachtig procent onzin. Er zat één stukje kennis bij, dat me raakte en me sindsdien is bijgebleven. De piramide van Maslov. Die schrijft voor dat wij mensen een aantal basisbehoeften hebben. Voedsel, seks, veiligheid, liefde, geborgenheid, gezondheid, enzovoorts. Heb je de eerste treden van de piramide beklommen dan wil je nog meer vrouwen, nog meer auto’s, nog meer pakken, nog meer grachtenhuizen, enzovoorts, enzovoorts.”“Gelukkig is er, zo heb ik ontdekt, een mogelijkheid om de piramide van Maslov af te dalen. Heel soms, als je geliefden ernstig ziek zijn, als je ouders sterven, dan weet je weer waar het om gaat. Gezondheid, liefde, vrijheid. En dan ben je weer zo blij als je eigenlijk zou moeten zijn. Maar het zijn momenten. Meer zit er niet in.”Waren die colleges op maandagochtend om kwart voor negen? Rozendaal vertoont hier een reeks ‘blauwe maandag’-momenten, want veel heeft hij er niet van begrepen. Sterker nog, hij verkondigt over de piramide regelrechte onzin. Nadat (1) de eerste fundamentele levensbehoeften, de fysiologische behoeften, zijn bevredigd, wil je niet nog meer “vrouwen, auto’s en pakken”, maar staat (2) de behoefte aan veiligheid en zekerheid centraal. Als daaraan voldaan is, neemt (3) de behoefte aan sociaal contact toe. Daarna (4) de behoefte aan waardering en erkenning. Als aan die behoefte is voldaan, komt (5) de behoefte aan zelfontplooiing in het zicht.Volgens Rozendaal is met dit “stukje kennis” te verklaren dat mensen nooit gelukkig zullen worden. Want dit stukje kennis “schrijft voor” dat mensen basisbehoeften hebben. Nu schrijft deze theorie niet voor, maar beschrijft ze enkel. Maar goed, Rozendaal is zelfs niet eens in staat om de naam van de wetenschapper correct weer te geven: het is ‘Maslow’ en niet ‘Maslov’.Al met al een indicatie van gamma-ongeletterdheid.

Diepe kennis
In 2007 verscheen een boek van Floris Cohen, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. In dit boek gaat hij in op de vraag waarom de Chinese en de islamitische wetenschap, die ooit honderden jaren voorlagen, er nooit in geslaagd zijn om die wetenschappelijke en technologische voorsprong vast te houden. Rozendaal is het niet eens met Cohens verklaring en dat levert meteen een staaltje psychologie van de kouwe grond op: “Cohen komt met een multiculti-benadering. De Griekse wetenschap is eerst door de Romeinen overgenomen, daarna door de Arabieren om uiteindelijk in Europa terecht te komen. Die culturele verrijking zou het duwtje zijn geweest waardoor de take off plaats had. Van mijn vriend Paul, een classicus, hoorde ik dat Floris de broer is van Job. Toen begreep ik het, Floris en Job hebben zowel de liefde voor multiculti als de afkeer van kapitalisme met de paplepel binnen gekregen. Jammer.”Driehonderd pagina’s hoeven niet meer gelezen te worden als je de broer van…. bent. Behoeft geen verdere analyse.

Mesjogge
“Mesjogge.” Zo (dis)kwalificeerde Rozendaal onze nationale vaccinatiebestrijdster Anneke Bleeker. Kenmerkend voor alle Anneke Bleekers is dat zij deskundigen wantrouwen. “Deskundigen worden gewantrouwd” aldus Rozendaal (Elsevier). “Dat zie je ook bij Anneke Bleeker: ze zegt enerzijds dat alle deskundigen belangen hebben (bij de farmaceutische industrie natuurlijk) maar ook dat iedereen die zich een paar weken in de materie verdiept zelf eveneens deskundig kan zijn.”Vervolgens blijkt dat samen te hangen met links. Rozendaal redeneerde er vrolijk op los: “Wijlen Joop Doorman (hoogleraar filosofie in Delft, ex- voorzitter van de VPRO en een paar weken geleden overleden) zei eens tegen mij dat de PvdA moeite had met twee disciplines die haaks stonden op het gelijkheidsdenken: kunst en wetenschap. Een schilder kan dingen maken die anderen niet kunnen maken en een geleerde kan dingen bedenken die anderen niet kunnen bedenken. Kortom, alle mensen zijn ongelijk. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer kwaliteiten dan anderen.”Dit legt Rozendaal uit als een argwaan tegen deskundigen. “Het lijkt wel of die eerst linkse argwaan zich nu over de hele onderkant van de samenleving heeft verspreid. Het gewone volk wantrouwt autoriteiten en deskundigen.”Maar Bleeker wantrouwde deskundigen niet, maar ze beriep zich erop. Ze verwees op haar site onder meer naar een documentaire van de ZDF, die ze omschreef als een voorbeeld van objectieve onafhankelijke journalistiek. In die uitzending komen niet alleen sceptici als prof. Kochen en prof. Ludwig aan het woord, maar ook voorstanders als dr. Stöcker. Ook verwijst Bleeker op haar site naar dr. Holtorf, die zijn kinderen niet vaccineert. Rozendaals aantijging dat Bleeker deskundigen wantrouwt, is volstrekt onterecht.Vervolgens citeerde Rozendaal de Delftse filosoof Doorman. Deze onlangs overleden hoogleraar wees op het feit dat de PvdA moeite had met een discipline als wetenschap, die immers haaks staat op het gelijksheidsdenken. Rozendaal ‘verbastert’ dit tot een linkse argwaan tegen deskundigen, die zich nu lijkt te verspreiden over de hele onderkant van de samenleving. ‘Lijkt’? Dus niet echt? Of toch wel?Maar los van dit vaag taalgebruik, koppelt Rozendaal twee zaken aan elkaar die in dit verband niets met elkaar van doen hebben. Doorman wijst op de gelijkheidsideologie en dat staat los van een of ander wantrouwen tegen deskundigen.Kortom, in zijn analyse van de mesjogge Bleeker maakt Rozendaal zich schuldig aan onlogisch redeneren en schuift hij haar standpunten in de schoenen die ze niet verkondigt. Het verbaast me dan ook dat uitgerekend Rozendaal in de Volkskrant (23.11.09) wordt opgevoerd als 'deskundige' over Bleeker en haar strijd.

Onvoldoende
Een dikke onvoldoende voor Trouw: namelijk een 3,1. En Elsevier was het slimste jongetje in de klas met een 8,6. In het programma ‘De leugen regeert’ (27.2.09) mochten Luc Debruyne (directeur van GlaxoSmithKline), Simon Rozendaal (uit de Elsevierstal) en Joop Bouma (Trouw) tekst en uitleg geven over deze rapportcijfers.... van de farma-industrie. Rozendaal deed de aftrap: hij haalde zijn schouders op over het compliment. “Het gaat om de waarheid!”Linksigheid is de oorzaak van de slechte berichtgeving over de farmacie, meende Debruyne. Rozendaal was een positieve uitzondering. Maar, zo verklaarde de GSK-topman, “dié heeft heel veel tijd geïnvesteerd”.Debruyne kreeg bijval van Rozendaal. “Een hoop journalisten, en Joop (Bouma, RR.) heeft daar soms ook een handje van, die gaan op pad met het plan om een buitengewoon negatief verhaal te schrijven. Dat staat van te voren vast. En op het laatst wordt nog even iemand van het bedrijf gebeld. En die komt dan met een of twee zinnetjes erin.”Joop Bouma reageerde kalm: “Ik vraag me af hoe jij weet dat ik daar een handje van heb?”“Ik vermoed dat”, zei Rozendaal zonder ook maar één spier te vertrekken. Ik zou me kapot schamen als ik moest toegeven dat ik net met loze beschuldiging iemand onderuit probeer te schoffelen. Maar goed, Rozendaal bleef in de plooi.Vervolgens kwam de vraag aan de orde of een journalist niet alle schijn van partijdigheid moet vermijden. De gezichten keken in de richting van Rozendaal, die ooit de Glaxo-award in ontvangst nam. Die prijs werd destijds gesponsord door een farmaceutisch bedrijf. “Inmiddels bestaat die niet meer”, verdedigde Rozendaal zich, alsof dat ook meer enigszins terzake deed. “Het is een algemene journalistieke prijs uitgereikt door een bedrijf, zoals een hoop prijzen door een bedrijf wordt betaald.” Bovendien meldde Rozendaal dat hij trots op die prijs was.En toen was Rozendaal (“Hou toch op!”) boos.Debruyne was overigens tevreden over de schrijvende pers. De afgelopen drie weken had hij elke week een interview. “Maar dan ging het om de toekomst van de farmaceutische industrie en de impact van de kredietcrisis.” Alleen die vervelende Bouma. Die was volgens hem te weinig geïnteresseerd in de farmaceutische industrie. Hij stelde de verkeerde vragen, vond Debruyne.Even samenvattend. Bouma deed zijn best niet, want hij stelde verkeerde vragen. Dat wil zeggen: vragen waarop Debruyne niet wilde antwoorden.
Rozendaal was ook niet wars van een contradictie. Eerst beweerde hij dat hij geen enkele boodschap aan complimenten van de farmaceutische industrie had, maar even later bekende hij trots te zijn op de prijs die hij van Glaxo gekregen had. Dat die prijs niet meer bestaat – Rozendaals eerste verweer – is volstrekt irrelevant. Dat zoveel prijzen door een bedrijf worden uitgereikt, is in dit verband ook irrelevant. Het ging en gaat er om dat een journalist alle schijn van belangenverstrengeling moet vermijden.Het boze ‘hou-toch-op’ van Rozendaal is een emotie-argument. Het verving in de discussie het inhoudelijke antwoord op een terecht gestelde vraag: moet een journalist niet elke schijn van belangenverstrengeling vermijden?
Ook Debruyne lanceerde een persoonlijke aanval: Bouma is niet geïnteresseerd. Het argument dat Bouma zijn werk niet goed doet, omdat hij andere vragen moet stellen, was – wat mij betreft – het absolute dieptepunt in deze discussie. Bouma heeft het recht de vragen te stellen die hij als onderzoeksjournalist wil - en m.i. ook moet - stellen.Verder werd de kritische pers afgedaan als ‘linksigheid’. Daarmee kon in de ogen van Debruyne alle kritiek als irrelevant worden afgedaan.En Bouma? Die deed gewoon wat hij moest doen: inhoudelijk antwoord geven.

Media-intellectuelen (4): Arnold Heertje

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Arnold Heertje.

Heertiaanse economie



Dit stuk verschijnt t.z.t. in bewerkte vorm in een boek.

Media-intellectuelen (3): Heleen Mees

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Heleen Mees.

Heleen Mees en de links-feministische kritiek


Dit stuk verschijnt t.z.t. in bewerkte vorm in een boek.

Media-intellectuelen (2): Joost Zwagerman

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag de schrijver Joost Zwagerman.

Zwagerman: het geweten van de Linkse kerk.



Dit stuk verschijnt t.z.t. in bewerkte vorm in een boek.

Media-intellectuelen (1): Afshan Ellian

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag over prof. Ellian, hoogleraar in Leiden.

Over de Elliaanse logica.


Dit stuk verschijnt t.z.t. in bewerkte vorm in een boek.

Een gegarandeerd applausje voor Bos? (14.3.10)

Toch knaagt er iets bij alle lofuitingen over de motieven van Bos en Eurlings om afscheid te nemen van de politiek, schrijft filosofe Stine Jensen in het NRC Handelsblad. “Stel je voor dat Agnes Kant dat na het dramatische verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen had gezegd. Of dat Femke Halsema had aangekondigd voor haar tweeling te gaan zorgen. Dan hadden we onze wenkbrauwen opgetrokken om Kants merkwaardige timing (‘kan ze het niet aan?’) of hadden we betreurd dat Halsema’s vertrek een einde betekent van de kans op eindelijk een vrouwelijke premier in Nederland. Mannen oogsten daarentegen gegarandeerd een applausje voor zorg en gezin.”
Geeft Jensen ook enig bewijs voor haar stelling? Een gegarandeerd applausje? In het Vlaamse programma Terzake (op 13 maart) wist Derk-Jan Eppink, die voor de LDD in het Europarlement zit, meteen te vertellen dat Bos’ besluit een teken van karakterzwakte was. Dat gold niet alleen voor Bos en Eurlings, maar (meteen maar) voor hun hele generatie. Ze zijn volgens deze Nederbelg niet gewend om te knokken.
Maar de meeste verdachtmakingen kwamen uit de hoek van vrouwen. Cisca Dresselhuys trok de motieven van Bos zonder voorbehoud in twijfel (in Pauw & Witteman); adjunct-hoofdredactrice van de Libelle, Maureen Belderink en haar hele redactie geloofden er ook al helemaal niks van (Rondom Tien); en Heleen Mees maakte Bos uit voor watje (NRC).
Niks gegarandeerd applausje. Het is maar net bij wie Jensen wil kijken.

Ellian versus Verhagen (13.3.10)

Ellian over de status van het Nederlandse establishment: “sterk ontoerekeningsvatbaar” (Elsevier). De reden: Verhagens kritische uitspraken over Wilders’ aanvallen op Arabië en Turkije.
Kortom, het establishment wordt afgerekend op de uitspraken van één van de leden van dat establishment. Hoe dan ook, het is een persoonlijke aanval, gecombineerd met vaag taalgebruik. Met 'het establisment' kun je alle kanten op.

Zwagerman & Kelder 3 (12.3.10)


Het optreden van Zwagerman & Kelder in DWDD (zie 10 maart op deze blog) biedt nog veel meer leuks.
Kelder wilde het nu eigenlijk wel eens weten: bestaat de rechterlijke macht uit ‘studeerkamerachtige juristen’ of ‘halve politici’? Zijn het ‘ivorentoren…’ of ‘politiek correcte juristen’? (3:45) Zwagerman ging braaf mee.
Analyse. De persoonlijke aanval werd gecombineerd met een false dilemma. Die was ik nog niet eerder tegengekomen.

Zwagerman (2) (11.3.10)

Karel van ’t Reve schreef ooit dat de God van het oude testament vanwege zijn wreedheid alleen te vergelijken is met Adi Amin. Van het Reve kreeg – mede – hiervoor de P.C. Hooft-prijs.
Wijs je op de rigiditeiten van de islam, dan eindig je in het beklaagdenbankje. ‘Dat kan niet zo zijn’, riep Zwagerman theatraal uit (zie het filmpje gisteren).
Analyse. Dat laatste klopt, maar dan op een andere manier dan Zwagerman voor ogen stond. Van ’t Reve won de P.C. Hooft-prijs in 1981 en zijn essay verscheen in 1987. Hij kreeg die prijs dus niet mede dankzij dat essay. Het zal dus wel als beeldspraak bedoeld zijn.
Maar dan is er nog een ander probleem. Een paar minuten eerder citeerde hij Kousbroek: islam is als religie ietsje achterlijker dan andere religies. Ook Kousbroek won de P.C. Hooft-prijs (in 1975, dus waarschijnlijk op een ieder tijdstip dan het gewraakte citaat) en dat leverde hem geen reputatieschade op.
Linksom of rechtsom: het voorbeeld deugt dus niet.

Zwagerman (1) en de stroman (10.3.10)



Zwagerman liet zijn licht schijnen over de vervolging van Wilders en liet overduidelijk merken dat hij niet snapt wat er aan de hand is. Volgens hem mogen we van het gerechthof mogen niet meer zeggen dat de islam ietsje meer achterlijk is dan alle andere religies.
Zwagerman creëert hier een stroman (op 3:41). Het gerechtshof veroordeelt Wilders niet, maar vindt dat Wilders moet worden vervolgd. Een vrijspraak kan dus.
Maar het principiële punt is dat Wilders niet vervolgd wordt vanwege het beledigen van een godsdienst, maar van het beledigen van moslims. Wilders wordt verdacht van overtreding van art. 137c en 137d Sr, in dit geval het beledigen. discrimineren en haatzaaien van moslims.
Het Gerechtshof overweegt: “Deze wijze van presenteren kenmerkt zich door eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid waarmee standpunten worden verwoord. Die wijze van presenteren, zeker in combinatie met de inhoud, tast moslims in hun waardigheid wezenlijk aan.”
Wilders zei bijvoorbeeld: “De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit, denaturalisatie van islamitische criminelen”.
De Hoge Raad oordeelde precies een jaar geleden dat je niet kan worden veroordeeld als je je beledigend uitlaat over een godsdienst, ook niet als de volgelingen zich daardoor beledigd voelen. 'De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen,' aldus Raad. De zaak ging om een man uit Valkenswaard, die in 2004 na de moord op Theo van Gogh een poster voor zijn raam met daarop de tekst: ‘Stop het gezwel dat Islam heet’. Iemand mag gelovigen niet, maar wel hun godsdienst wel beledigen.

Hiddema, minister van Justitie & democratie (9.3.10)


Wordt Hiddema de nieuwe minister van Justitie?
In DWDD noemde hij Wilders is zegen, die de hypocrisie ontmaskert. En Wilders is volgens hem een democraat pur sang. DWDD vond het allemaal prima.
Maar wat is er nu democratisch aan een pleidooi voor een verbod van de Koran? Zelfs Ellian krijgt dit idee van Wilders maar niet doorgeslikt. En wat is er democratisch aan het opleggen van kledingvoorschriften aan mensen die in gesubsidieerde instellingen werken? En is het democratisch om daarbij een onderscheid te maken tussen christelijke en joodse uitingsvormen (toegestaan, want die passen bij onze cultuur) en islamitische uitingsvormen (niet toegestaan, want die passen niet bij onze cultuur)?
Kennelijk verschilt mijn definitie van ‘democratisch’ met die van Hiddema.

Grappenhuis over Zalm & de AFM (8.3.10)

Als twee partijen elkaar tegenspreken, is er niets bewezen. Althans, dat is de opvatting van Grappenhaus, hoogleraar Europees arbeidsrecht, SER-kroonlid en advocaat (Vk, 5 maart 2010). Oud-minister Zalm en Scheringa & Van Goor verschilden over iets van mening en de toezichthouder geloofde de laatste twee. “Maar los daarvan wekt het bevreemding dat de AFM veel geloof hecht aan mondelinge verklaringen van twee bestuurders, die er nu juist alle belang bij hebben hun straatje schoon te vegen.” Bovendien schoot het AFM tekort omdat Zalm niet over de conclusies in het kritisch AFM-rapport over zijn functioneren werd gehoord.
Analyse. Is iets niet bewezen, als twee partijen elkaar tegenspreken? Of gaat het om de vraag wie de beste argumenten heeft? Maar laten we over dat punt heen stappen. Grappenhaus verwijt het AFM dat deze geloof hecht aan verklaringen van lieden die hun eigen straatje schoonvegen en tegelijkertijd verwijt hij het AFM dat deze Zalm niet gehoord heeft over de voor hem kritische conclusies. Maar had Zalm dan geen enkel belang om zijn straatje schoon te vegen? Zalms huidige baan bij ABN-Amro hing namelijk aan een zijden draadje.

De radicaliserende elite (7.3.10)

Juni 2009 bekritiseerden enkele kabinetsleden Wilders, die daar op zijn beurt niet erg van onder de indruk was (de Volkskrant). Elsevier gaf naar aanleiding van dat interview vervolgens het volgende overzicht van uitspraken van leden van het kabinet over Wilders en de PVV:

Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) van Defensie: de 'dreigbeelden' van de PVV zijn 'hysterisch'.

Frans Timmermans (PvdA) van Europese Zaken: de PVV is 'onfatsoenlijk'.

Jan Kees de Jager (CDA) van Financiën: de PVV heeft volgens hem geen financieel-economisch beleid.

Jan Peter Balkenende (CDA) liet zich ontlokken dat hij 'meer met Fortuyn dan met Wilders' had.

Guusje ter Horst (PvdA) zei te hopen op een ‘tegenbeweging’ van ‘weldenkende’ mensen, die zich verzetten tegen de PVV. (Vrij Nederland)

Wilders concludeerde mede naar aanleiding van een deel van deze kritiek dat “de elite radicaliseert, niet wij.”

Analyse. Die laatste bijzin (“wij niet”) roept wel wat vraagtekens op. Want ook Wilders schuwt de zware woorden niet:

Over Ella Vogelaar: knettergek.

Over Jongerius: 'een laffe, bange vrouw' (EénVandaag)

Over Gordon Brown 'de grootste lafaard van Europa'.

Over Van der Laan: ‘Van der Laan is een arme man.'

De islamitische profeet Mohammed vergeleek hij met een varken, nadat de autoriteiten in Saoedi-Arabië een 10-jarige bruid terugstuurden naar haar 80-jarige man. (Arutz Sheva)

Eerder, vlak na ’11 september’, was Wilders behoorlijk milder over de islam. Hij zei over de islam dat “daar niets mee mis is. Het is een te respecteren godsdienst. Ook de meeste moslims ter wereld, maar ook in Nederland zijn goede burgers waar niets mis mee is. Het gaat om dat kleine stukje moslimextremisme. (…) Ik heb niets tegen de islam.” Pim Fortuyns oproep tot een koude oorlog met de islam vond hij verwerpelijk, omdat Fortuyn daarmee alle moslims op één hoop gooit.
Kortom, Wilders radicaliseerde wel degelijk en bovendien is het onderscheid tussen de aard van zijn opmerkingen en die van de geradicaliseerde elite verwaarloosbaar.

Fennema, Pechtold en Wilders (6.3.10)

Prof. Fennema over Wilders in De Standaard (5.3.10): “Alleen heb ik respect voor de man die bereid is te sterven voor zijn overtuigingen en vind ik dat sommige van zijn politieke tegenstanders hem schandelijk behandelen. Als D66-leider Alexander Pechtold in een debat in de Tweede Kamer zegt dat Wilders een ‘bange, bange man is’, dan vind ik dat ongehoord, gelet op het leven dat hij gedwongen is te leiden om zijn overtuigingen.”
Verder noemt hij Fortuyn, die hij redelijk goed kende, een gestoorde relnicht, meedogenloos en een narcist.
Analyse. Pechtold lanceert volgens Fennema een persoonlijke aanval en gezien Wilders’ persoonlijke omstandigheden is die aanval inderdaad volstrekt onterecht.
Maar wat te denken van zijn kwalificaties van Fortuyn? Fennema gebruikt deze niet om Fortuyns ideeën onderuit te halen. Kortom, geen aanval in de zin van ‘drogredenen.nl’.

Wessling versus HP/DE Tijd (5.3.10)

Prof. Wesseling zei ooit over Willem-Alexander: ‘ongetwijfeld intelligent, maar geen intellectueel’. Deze uitspraak leidde volgens hem tot een klassieke uitglijder: “Onnodig te zeggen dat ook deze inmiddels wel zeer oude koe in het betreffende HP/De Tijd-artikel uit de sloot wordt gehaald, nu zelfs met de toevoeging dat ik hiermee twijfel heb gezaaid over zijn ‘universitaire prestaties’. “
Een uitglijder dus, meent Wesseling. “Ik heb nogal eens over intellectuelen in het algemeen en Franse intellectuelen in het bijzonder geschreven en ik kan de betekenis van dit onderscheid heel simpel uitleggen met een kort citaat uit eigen werk: ‘Achter het woord ‘intellectueel’ gaan twee verschillende begrippen schuil. Voor sommigen gaat het om een sociale categorie. Zij verstaan er onder de beoefenaars van de intellectuele beroepen, degenen die door Sartre de ‘techniciens du savoir’ zijn genoemd. Dit zijn de intellectuelen in de ruime zin van het woord.
Daarnaast zijn er de intellectuelen in beperkte zin, die door Stalin zo aardig de ‘ingenieurs van de ziel’ zijn genoemd, zij die een rol spelen in het publieke debat, die opinies geven en opinies beïnvloeden of, zoals Sartre zegt, die zich bemoeien met de zaken van anderen. Dit zijn de ‘echte’ intellectuelen. De intellectueel definieert zich hier dus niet door zijn opleiding, maar door zijn rol in de maatschappij.’ " En Willem-Alexander behoort dus niet tot die echte intellectuelen.

Maar HP/De Tijd was over dit commentaar niet te spreken en reageerde gebeten:
“...eerst HP/De Tijd te verwijten dat ze uw quote (...) onlangs opnieuw hebben afgedrukt. U noemt dat ‘oude koeien uit de sloot halen’. Daar begrijp ik niks van. Want hoe kunt u, als historicus, bezwaar maken tegen het uit de sloot halen van oude koeien? Dat is toch uw broodwinning? Minstens zo bizar is dat u uzelf niet goed citeert. U zei destijds in HP/De Tijd (25 augustus 1995, pagina 34) dat Willem-Alexander ‘beslist geen intellectueel’ was. In uw speech van vorige week liet u dat woordje ‘beslist’ echter weg, zodat uw quote met terugwerkende kracht werd afgezwakt. Dat lijkt me niet correct en in strijd met de historische feiten. Bovendien: journalisten prikken daar zo doorheen.
Maar daarna zei u in uw speech nog iets raars. U begint opeens Jean-Paul Sartre en Jozef Stalin te citeren, en vervolgens komt u dan tot de conclusie dat eigenlijk niemand die (alleen) een doctoraalexamen heeft afgelegd een intellectueel mag worden genoemd.” Geleuter, sneert de auteur. “Een intellectueel, zo meldt de Van Dale die Máxima altijd bij zich heeft, is ‘iemand met een hoge algemene ontwikkeling, die beschouwelijk is aangelegd, zorgvuldig nadenkt en verstandelijk overweegt’. Zo iemand, zei u in 1995, is Willem Alexander dus ‘beslist niet’. Of bent u intussen van mening veranderd? Zégt u dat dan gewoon, eerlijk en recht voor z’n raap, dan weten de mensen tenminste waar ze met mij aan toe zijn.”
Analyse. 1. Wesseling is vrij om uit te gaan van zijn eigen definitie, die in de lijn ligt van de omschrijving die Sartre aan het begrip gaf.
2. Wesseling draaide niet, zoals de auteur beweert. Hij hanteert nog steeds dezelfde definitie. Door nu met de Van Dale aan te komen, suggereert de auteur dat Wesseling zijn standpunt heeft gewijzigd. Dat is echter niet het geval.
3. Oude koeien uit de sloot halen (zeuren over iets uit het verleden) is toch echt iets anders dan geschiedenis bedrijven.

Prof. Wesseling & het spookverhaal (4.3.10)

Prof. Wesseling valt het spookverhaal van de geheime afstudeerscriptie van prins Willem-Alexander aan. Althans, de versie die recent in HP/De Tijd (29 januari 2010) verscheen. De boosdoener was redacteur Roelof Bouwman: hij schreef dat toen de Prins afstudeerde “zijn afstudeerscriptie niet, zoals gebruikelijk, werd toegevoegd aan de collectie van de universitaire bibliotheek”.
Wat is er mis met die bewering? Wesseling: “Ik kan de auteur verzekeren dat zo’n gebruik in het geheel niet bestond. Om te vermijden dat men zou denken dat dit maar ‘een mening’ is, heb ik de directeur van die bibliotheek om een reactie gevraagd. Ik kreeg per kerende post het volgende antwoord: ‘De Universiteitsbibliotheek Leiden heeft in de periode dat u verbonden was aan de universiteit nooit afstudeerscripties opgenomen. Dat de afstudeerscriptie van Z.K.H. de Prins van Oranje ‘niet, zoals gebruikelijk, werd toegevoegd aan de collectie van de universitaire bibliotheek’ klopt dus niet. Omdat al vóór het afstuderen te vermoeden was dat dit de enige scriptie uit de eeuwenlange geschiedenis van de Leidse universiteit zou zijn waarvoor anderen dan familie en vrienden belangstelling zouden hebben, is over dit onderwerp toen reeds het oordeel gevraagd van het hoofd Juridische Zaken van de universiteit. Zijn conclusie was dat ‘geen recht van inzage door belangstellenden aanwezig’ is. Alsook: ‘Op de scriptie van de student rust het auteursrecht hetgeen inhoudt dat de student zelf beslist over de openbaarmaking of verveelvoudiging van zijn werk, in casu de Kroonprins dus.’ Dat is zo klaar als een klont en ‘simple comme bonjour’ en meer valt er niet over te zeggen.”
Bouwman sloeg de plank dus behoorlijk mis, zo moeten we concluderen uit Wesselings artikel ‘Over de prins regeert het geleuter’.
Maar wat blijkt verder? In een ingezonden brief in de Volkskrant van 3 maart legt Joost Augusteijn, onderwijsdirecteur van het Instituut voor Geschiedenis van de Leidse Universiteit, uit waarom. Formeel heeft Wesseling dan wel gelijk, maar “het is en was echter wel gebruikelijk om een afstudeerscriptie toe te voegen aan de vakgroepbibliotheek van de opleiding Geschiedenis.” Kortom, Bouwman had dus gewoon gelijk. Wesseling ging, om met Augusteijns woorden te spreken, selectief om met de waarheid. In minder academische woorden: Wesseling leuterde.

Plasterk versus Wesseling (3.3.10)

De vroegere minister van OC&W, Ronald Plasterk schreef, toen hij nog columnist van de Volkskrant was, in de Volkskrant dat de studieresultaten van leden van het Koninklijk Huis geheim waren. Wesseling noemt dit in de Volkskrant (28.2.10) geleuter: “Ik heb mijn collega-columnist er toen op gewezen dat die studieresultaten van het Koninklijk Huis, althans wat de Prins van Oranje betreft, op wie hij kennelijk doelde, helemaal niet geheim zijn maar door mij in het openbaar zijn medegedeeld tijdens de uitreiking van de doctoraalbul, een gebeurtenis die zelfs op de televisie te zien is geweest. Openbaarder kan het toch niet. Als hij echter doelde op het openbaar maken van een scriptie, zo merkte ik verder op, dan moest hij als collega-hoogleraar toch weten dat dat uitsluitend een zaak is van de schrijver.”
Analyse. Had Plasterk het echt over de studieresultaten van de Prins van Oranje? Plasterk sprak over de leden van het Koninklijk Huis. Hoe dan ook, die van Alexander waren kennelijk openbaar als Wesseling ze allemaal heeft meegedeeld tijdens de uitreiking van de doctoraalbul. (Heeft Wesseling die echt allemaal voorgelezen tijdens de uitreiking?)

Fortuyn versus Jansen (2.3.10)



Dit debat stamt uit 2001. Terugkijkend is dit een opmerkelijk debat. De arabist Jansen stelt dat de voedingsbodem voor fundamentalisme de politieke uitsluiting is. Die uitsluiting ontbreekt in Nederland. Er is volgens hem bijna geen politieke fractie waarin geen moslim zit. Ook onder moslims is sprake van een enorme secularisatie. Immigranten zijn met een rotvaart aan het assimileren. Opmerkelijk, want Jansen heeft zijn verhaal inmiddels behoorlijk bijgesteld en is op dit moment Fortuyn bij wijze van spreken zelfs voorbij gestreefd.

De retoriek ontbreekt niet in dit betoog: Jansen is “met stomheid geslagen”, maar Fortuyn hoort “onzin” over de islamitische “excuustruus”. Maar naar hedendaagse maatstaven is Fortuyn eigenlijk buitengewoon braaf: het “enige wapen is een open debat, alleen het debat”. Je moet gaan discussiëren met moslims. “Niet vervolgen”, aldus Fortuyn. Zo’n opmerking wordt in het hedendaagse debat weggewuifd als ‘soft’.

Maar terug naar het eigenlijke onderwerp: drogredenen. Fortuyn speelt op enig moment op de man met zijn sneer “meneer de hoogleraar”. Ook die sneer is eigenlijk opmerkelijk, want Jansen was toen (nog) geen hoogleraar, maar Fortuyn zelf was hoogleraar geweest.
Jansen pareert die aanval met meesterlijke humor: “ik ben altijd keurig geleefd”.

De draai van Wilders 3 (1.3.10)

Draaide Wilders nu wel of niet? Een aantal reageerders in het NRC was niet gecharmeerd over het bericht dat Wilders in 2001 verhoudingsgewijs heel mild was over de islam (respectabele godsdienst, niets mis mee, etc.).
De verdediging bestond uit een – strikt argumentatief gezien – niet erg sterke overwegingen.


Verdediging 1:
“De heersende opvattingen en ervaringen over de Islam veranderen rechtevenredig met het aantal Islamieten dat in Nederland de afgelopen tien jaar is gaan wonen. En deze ervaringen zijn voornamelijk negatief.
De eigen culturele identiteit is de afgelopen 10 jaar vooral door politieke en culturele elite op de vuilnisbelt gegooid en ‘jan met de pet’ moet daar nu de prijs voor betalen. Er is niet alleen sprake van voortschrijdend inzicht maar alle hedendaagse feiten pleiten tegen verdergaande migratie en Islamisering in Nederland.”


Commentaar: nu gaat het niet om de afgelopen tien jaar. September 2001 huldigde Wilders een opvatting die hij in een relatief kort tijdsbestek bijstelde:

20 november 2003 in de Volkskrant: “De islam is niet achterlijk, zoals Fortuyn zei, maar de politieke cultuur in Arabische en islamitische landen is wel achterlijk, middeleeuws zelfs, als het gaat om mensenrechten, vrouwen en homo's.” Met de islam is dan kennelijk nog niets mis; alleen met de politieke cultuur van de islamitische landen.

3 mei 2004 in het NRC: “Als ik minister was, verbood ik de hoofddoekjes onmiddellijk.” En later voegde hij er in een vraaggesprek met HP/De Tijd in 2004 aan toe: “En laat daarna de hoofddoekjes maar wapperen op het Malieveld. Ik lust ze rauw.”

Oktober 2004 in Telegraaf stelde Wilders dat de islam fascistisch gedachtegoed predikt. Er moet een halt worden toegeroepen aan “de import van de islam door migratie en gezinshereniging”. "Ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik nu opeens zoetsappige verhaaltjes ga houden”, aldus Wilders in de Telegraaf.

22 juli 2005. Op de PVV-site staat een interview met Wilders, dsat destijds in het NRC verscheen: “Ontkend wordt dat de islam het grootste gevaar van deze tijd is. Politici, bestuurders en opiniemakers buitelen over elkaar heen in een kramp van politieke correctheid. Telkens weer wordt benadrukt dat er toch echt geen sprake is van een botsing der culturen, dat het zeker niet gaat om de islam als religie en dat terroristen die zeggen in de naam van de islam te handelen, die religie ten onrechte voor hun abjecte doelen misbruiken.” Islam en terrorisme kunnen niet worden gescheiden. Grappig is dus dat Wilders feitelijk ook ageert tegen zijn eigen - inmiddels bijgestelde - opvatting.

De conclusie is dat Wilders in pakweg één jaar tijd behoorlijk van mening veranderde. Namelijk in 2004. Het wijzen op een ontwikkeling van de afgelopen tien jaar is volstrekt onzinnig.


Verdediging 2:
“Niet alleen Wilders is van standpunt veranderd, maar voor veel Nederlanders geldt dit ook.”

Commentaar: Dit is een populariteitsdrogreden: iedereen doet het. En als iedereen het doet, is het dus niet erg.


Verdediging 3:
“Wat er is gebeurd in de tussentijd? Bent u Pim Fortuyn vergeten en Theo van Gogh? De (on)vrijheid van meningsuiting, de zelfcensuur, de bedreigingen, de profiteurs, de idiote subsidies, de positieve discriminatie, het programma van de moslimpartij?”

Commentaar: Het ging dus om de draai van Wilders m.b.t. zijn standpunt over de islam in 2004. De verklaring die de schrijver aanhaalt, hebben geen of hooguit een indirecte relatie daarmee. Zo wordt de dood van Van Gogh (november 2004) aangehaald als reden dat Wilders minimaal één maand eerder van standpunt veranderde. Niet erg sterk.


Verdediging 4:
“Van draaikonterij is sprake bij PvdA en D66.”

Commentaar: dit is de strategie van het wijzen naar anderen. De focus van de aandacht moet van Wilders en komt nu bij de PvdA en D66. Maar dat was dus niet het onderwerp van discussie.

Verdediging 5:
“Dat een zich kwaliteitskrant noemende krant dit als nieuws durft te melden, zegt mij meer over de krant dan over Wilders. Wat een non-issue. Als we alle wijzigende meningen van politici gingen vermelden kon de krant enige pagina’s toevoegen.”

Commentaar: voor een partij die in elk geval tot voor kort een sinlge-issue partij is, lijkt me dit bericht uitermate belangrijk. Het gaat hier immers niet om een of ander ondergeschikt detail. Het bagatelliseren van de nieuwswaarde van dit bericht is in dit verband volstrekt onterecht.


Verdediging 6:
"Het is negen jaren geleden. Ik zou stellen dat er in die tussentijd heel wat veranderingen zijn geweest. De ellende is eigenlijk begonnen met het laatste kabinet Balkenende, omdat daarin de PvdA ruimte kreeg om een te grote invloed op dit thema te hebben. Wilders heeft ook nu niets tegen goedwillende moslims. Taal leren, meedoen en niet aan de kant staan en respect voor onze normen en waarden. Straffen bij misdaad i.p.v. knuffelen. Dat is Wilders nu!"

Commentaar: Ook hier weer: ontwikkeling in de periode van 2005-2010 worden als verklaring aangehaald waarom Wilders in 2004 van mening veranderde. Vervolgens wordt de focus verlegt naar Balkenende IV. Het is de schuld van de PvdA. Maar die regering werd pas op 27 februari 2007 beëdigd!
De slogan ‘Straffen bij misdaad i.p.v. knuffelen’ valt onder de noemer ‘het-nadrukkelijk-naar-voren-brengen-van-een-tegengesteld-standpunt’. Is er iemand in het Nederlandse politieke spectrum die voorstander is van het knuffelen van misdadigers?

Er was verder nog een ander argument dat wel hout sneed: mensen - en dus ook Wilders - kunnen van mening veranderen.