Bekennende Marokkanen (30.4.10)

Uit het onderzoek, waaraan overigens maar 10 personen meededen, werd door de onderzoekers niet de conclusie getrokken dat Marokkanen eerder bekennen. Ze leveren meer daderinformatie.
Dat is een essentieel verschil, omdat een verhoor niet is bedoeld om de verdachte te laten bekennen, maar om daderinformatie boven water te krijgen.
Als de recherche enkel 'gaat' voor de bekentenis, neemt het gevaar dat we weer te maken krijgen met een justitiële dwaling toe. Bekende voorbeelden daarvan zijn de Parkmoord en de zaak-Verdachte Vader.

100 hoogleraren & de goede zaak (29.4.10)

“De intensieve veehouderij moet worden gesaneerd en omgevormd tot een dier-, mens- en milieuvriendelijk systeem dat tegemoetkomt aan de natuur en behoeftes van alle levende wezens.” Dit is de boodschap van meer dan honderd hoogleraren. In een artikel op de opiniepagina van NRC Handelsblad (28 april 2010).
In het manifest stellen de hoogleraren: “De Nederlandse verantwoordelijkheid is zeer groot gelet op de omvang van onze veeindustrie. Nederland is het meest veedichte land ter wereld en het tweede exportland ter wereld van dierlijke eiwitten. Nederland exporteert 75% van zijn dierlijke eiwitten tegen afbraakprijzen waarin de maatschappelijke kosten niet verdisconteerd zijn.”
Ze houden een pleidooi voor een radicaal andere koers. “Wij, wetenschappers uit uiteenlopende disciplines, verbonden aan Nederlandse universiteiten als (emeritus) hoogleraar, zijn van mening dat de intensieve veehouderij moet worden gesaneerd en omgevormd tot een dier-, mens- en milieuvriendelijk systeem dat tegemoetkomt aan de natuur en behoeftes van alle levende wezens.”
De veehouderij, zo stellen zij, is in Europa verworden tot een beschamende vee-industrie. Meer dan honderd hoogleraren ondertekenden het manifest, dat te vinden is op de website duurzameveeteelt.nl.
Analyse. Het manifest is in de eerste plaats een moreel appel. Dat roept meteen de vraag op of een hoogleraarschap impliceert dat de betreffende wetenschapper ook een morele expertise heeft. Er is echter niets dat daar op wijst. Een specialisme in de sociale psychologie betekent niet dat de morele standpunten van de specialist beter zijn. Hier is dan ook sprake van een autoriteitsdrogreden.

Herman de Regt over het paranormale 2 (28.4.10)

Herman de Regt heeft dus grote bezwaren tegen het programma ‘het zesde zintuig’. Kennelijk heeft hij niet iedereen kunnen overtuigen. Hieronder een kleine bloemlezing van reacties op de website van Trouw.

“Volgens mij moet De Regt eerder geholpen worden. Anti-theisten zijn de meest bekrompen en hardvochtige mensen en schadelijk voor hun omgeving. Met hun singulaire zekerheid van ‘alleen wat aantoonbaar en reproduceerbaar is, is waar’ maken ze gevoelens en waarheden dood.”

“…de fundamentalisten geloven hun eigen verhaal, er wordt teveel geoordeeld over wat men niet wil en kan begrijpen.”

“Daar hebben we weer zo'n man die denkt te weten wat er in het brein van kinderen omgaat. Beste Herman de Regt, heb je ooit wel eens gehoord van de nieuwe mens. Nee, waarschijnlijk begrijp je er geen bal van. Laat deze kinderen met rust, want het zijn de voorlopers van een hoger spiritueel nieuwe mens. Dat proces is al in de jaren zestig begonnen en ja ik ben er ook een van. Het heeft allemaal te maken met 2012 de overgang naar de 5de dimensie. Het hoger bewuste en spirituele tijdperk. Maar jullie hebben schijnbaar liever dat deze kinderen worden vol gestopt met pilletjes. Kap daar mee.”

“Wat een arrogante stelling van de heer de Regt om te veronderstellen dat dergelijke ervaringen van kinderen per definitie waanbeelden zijn. Ik geloof zeker dat er meer is tussen hemel en aarde, veel meer dan wij als mens met onze bekrompen en door culturele vorming vooringenomen geestelijke vermogens voor mogelijk kunnen houden.”

“De Regt (…) heeft de dogma’s van een streng gelovige.”

Analyse. Een hoog ad hominemgehalte: een bekrompen, hardvochtige fundamentalist, streng gelovige, die er arrogante stellingen op na houdt.

De Regt vs. Van Dijk over paranormale kinderen 1 (27.4.10)

SBS6 komt najaar 2010 met een tv-programma over paranormale kinderen. Deze kinderen zijn volgens een woordvoerder van SBS6 soms wanhopig: ze worden gepest of voelen zich ongelukkig en hun ouders weten zich vaak geen raad.
“Je moet kinderen niet bevestigen in die onzin”, zegt filosoof Herman de Regt, hoofddocent aan de universiteit van Tilburg en co-auteur van het boek ‘Wat een onzin! Wetenschap en het Paranormale’ (Trouw). “Van die waandenkbeelden komen ze nooit meer af.”
Deze paranormale ervaringen komen volgens Herman de Regt voort uit magisch of teleologisch denken. Kenmerkend voor dit denken is dat alles een doel heeft en dat toeval dus niet bestaat. “Bijvoorbeeld dat er wolken zijn, omdat de plantjes regen nodig hebben.” Alle kinderen maken volgens hem zo’n magische periode door. Sommigen “trekken conclusies die je niet hoeft te trekken. Op dit moment hebben we uitstekende redenen om te geloven dat paranormale kinderen niet bestaan.”
Paragnost Liesbeth van Dijk, die in het nieuwe SBS6-programma de kinderen begeleidt, is niet onder de indruk van de kritiek van De Regt: “de heksenjacht is weer begonnen.” Zij heeft geen zin om in de ’welles-nietessfeer’ te belanden, zo meldt. Het is volgens Van Dijk een integer programma: “het is totaal niet sensationeel, eerder te braaf en documentaireachtig lief.”
De Regt heeft bezwaren tegen het programma omdat je daarmee bij deze kinderen bevestigt dat ze over paranormale begaafdheden beschikken, terwijl uit onderzoek blijkt dat dit soort begaafdheden niet bestaat.
Analyse. Het weerwoord van Van Dijk is irrelevant. De Regt merkt op dat paranormale begaafdheden niet bestaan. Dat het programma integer wordt gemaakt, is in dit verband niet relevant. Het gaat er volgens De Regt om dat je kinderen niet bevestigt in hun waanideeën.
Van Dijk bezondigt zich vervolgens van een persoonlijke aanval: de kritiek van De Regt hoef je inhoudelijk niet serieus te nemen, want die is onderdeel van een heksenjacht. Exit De Regt, zonder dat Van Dijk ook maar één inhoudelijk argument aandraagt.

Van Dijk & Van Dijk over taalfouten (26.4.10)

Jasper en Jan Jacob van Dijk, Kamerleden namens SP respectievelijk CDA, willen dat de regering gaat kijken of bij het centraal examen ook gelet kan worden op het Nederlands.. “Wij hebben in het debat over taal en rekenen gezegd dat goed onderwijs onder meer betekent dat ook naar taalfouten wordt gekeken. Taalfouten spelen nu geen enkele rol in het centraal eindexamen, behalve bij het vak Nederlands. Dat vinden wij opmerkelijk, aangezien er brede overeenstemming is over het feit dat kennis van spelling en grammatica van groot belang is voor een goed functioneren in de samenleving.” (NRC, 10 april 2010).
Jan Jacob van Dijk: „We vinden allemaal dat het taalniveau omhoog moet en we zijn voor een integrale aanpak. Dan kun je dat niet beperken tot de toetsing bij het vak Nederlands. Ook als leerlingen van school af gaan, moeten ze zich in de maatschappij grammaticaal correct kunnen uitdrukken.”
Analyse. Een appel (inderdaad, zonder streepje) op een brede overeenstemming ('we vinden allemaal...') is feitelijk een populariteitsdrogreden. Uit het feit dat heel veel mensen spelling belangrijk vinden, volgt niet dat het wenselijk is dat in het centraal schriftelijk taalfouten in alle vakken een rol moeten gaan spelen.

De wraak van Willem Wagenaar 1 (23.4.10)

“De rechterlijke macht heeft na de vrijspraak van Lucia al laten weten dat er niets aan de hand was, dat alles heel zorgvuldig en integer is gegaan, en dat er dus ook geen enkele verandering in het systeem nodig is”, beweert emeritus hoogleraar Wagenaar (NRC, 22 april 2010).

Analyse. Wagenaar schetst een regelrechte karikatuur. Dat blijkt als we Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak in Den Haag aan het woord over deze discussie.
Van den Emster meent inderdaad dat er geen consequenties dienen te zijn voor de rechters en raadsheren die Lucia de Berk hebben veroordeeld. Van den Emster: “Rechtspraak is niet onfeilbaar. De betrokken rechters hebben professioneel en integer gehandeld. Van sancties kan dan ook geen sprake zijn.” Maar Van de Emster zei nog veel meer:

“Als voorzitter van de Raad voor de rechtspraak moet ik constateren dat de rechtspraak ten opzichte van Lucia de Berk eerder gefaald heeft. Het spijt me zeer dat een rechterlijke beslissing die bij nader inzien verkeerd blijkt, zulke ingrijpende, persoonlijke gevolgen heeft gehad.”

Op de vraag of dit voorkomen kunnen worden, antwoordt Van den Emster: “De betrokken gerechten hebben al in een eerder stadium, toen er aanwijzingen waren dat de veroordeling mogelijk onjuist was, op de zaak gereflecteerd. Maar het is niet eenvoudig om de fout aan te wijzen. Dit is een zeer complexe zaak die uitputtend is behandeld. Rechtbank en hof hebben alles gedaan wat nodig is, diverse deskundigen geraadpleegd. De deskundigen spraken elkaar soms tegen, maar de rechter moet wel beslissen. Uiteindelijk was het ook nieuw deskundigenbewijs dat leidde tot de vrijspraak.”

Zijn rechters wel capabel om ingewikkelde deskundigenrapporten goed te interpreteren? Van den Emster: “Een van de belangrijkste twistpunten in het proces was de wetenschappelijke controverse over de interpretaties van de waarden van digoxine. Dat is uiterst complexe materie, en daarom hebben de rechters zich uitgebreid laten voorlichten door deskundigen op dit terrein. Zij hebben hun oordeel mede gebaseerd op de rapportages van deze wetenschappers, desondanks is de eerdere veroordeling onjuist gebleken. We hebben dit punt van zorg al eerder onderkend.”

Inmiddels is er wel het een en ander gebeurd. Van den Emster wijst erop dat er binnen de Rechtspraak in 2006 een verbeterprogramma in het leven is geroepen waarin onder meer aandacht is voor versterking van kennis over forensisch-technische onderzoeksresultaten. “Dit heeft er toe geleid dat voor de beoordeling van DNA, statistiek en psychologie inmiddels afzonderlijke cursussen zijn ontwikkeld. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren forse investeringen gedaan om de kwaliteit van de strafrechtspraak verder te verbeteren, onder meer met een deskundigenregister, permanente educatie en extra cursussen op het gebied van forensische wetenschap.” Van den Emster wijst erop dat het systeem al veranderd is.

Kortom, Wagenaar bezondigt zich aan een stroman.

(De volgende verschijnt a.s. maandag.)

Het verhoor van Lucia de Berk (21.4.10)

In het buitengewoon interessante boek van Lucia de Berk doet zij o.m. verslag van de wijze waarop zij is verhoord. Zij beroept zich, op aandringen van haar advocaat, voortdurend op haar zwijgrecht. In een aantal gevallen zeggen de verhoorders dit te respecteren om meteen daarna te vragen waarom ze zich eigenlijk op het zwijgrecht beroept (bijvoorbeeld op p. 112). Met ‘dit zijn toch heel normale vragen’ proberen ze Lucia zover te krijgen dat ze wel iets zegt, zodat het inhoudelijke verhoor alsnog op gang komt zonder dat de verdachte, in dit geval dus Lucia, zich dat realiseert.
De verhoorders maken zich schuldig aan een performatieve tegenspraak: enerzijds zeggen ze het zwijgrecht te respecteren, maar anderzijds blijven ze wel voortdurend doorvragen en respecteren dat zwijgrecht dus niet.

Fellendans en de lichtheid van de universiteit (20.4.10)

De universiteit is allang aan haar eigen lichtheid bezweken, beweert Arnold Fellendans (Vk, 19 april 2010).
Van oud-minister Veerman (…) kan het verschil in titulatuur tussen die instellingen van hoger onderwijs verdwijnen omdat hogescholen ook een masteropleiding moeten gaan aanbieden.
Op het eerste gezicht lijkt dit voorstel van Veerman het eind van universiteiten aan te kondigen, maar dat proces is al lang aan de gang. “Onder de politieke druk is de studieduur van universiteiten al zó ver verkort, dat studenten daar alleen nog maar in één paradigma getraind kunnen worden.” Was dat vroeger anders? Nu meende wetenschapshistoricus Thomas Kuhn dat wetenschappers in principe altijd in een paradigma worden opgeleid.
“De academici die de universiteiten nu afleveren, zijn sterk afgericht in één paradigma, tenzij ze naast hun studie gewoon veel lol hebben gemaakt.In dat geval hebben ze ingezien dat het enige nut van hun studie het halen van het papiertje was. Als aan HBO’s ook voldoende onderzoek wordt gedaan, waarmee die studenten ook in een iets eenvoudiger paradigma kunnen worden afgericht, dan zijn zij waarschijnlijk nog wel beter dan die mensen van universiteiten in staat om ook weer een volgend paradigma te leren, namelijk dat wat bedrijven onder hun corebusiness verstaan. Net zo min als tijdens hun studie hoeven al die hogeropgeleiden verstand van andere terreinen te hebben.
Concentreer alles wat maar enigszins exact is in de technische universiteiten, waar al het onderzoek per definitie veel meer maatschappelijk nut heeft dan het onderzoek in gewone universiteiten. Dat betekent dat door de aanzwellende derde geldstroom de bijdrage van de belastingbetaler aanmerkelijk omlaag kan. Zet verder een paar mensvakken bij elkaar die werkelijk nut voor elkaar hebben, zoals economie, psychologie en medicijnen.
Dat levert het voordeel dat er vanzelf meer psychologie in de economie komt, zodat in hun modellen eindelijk meer rekening met menselijke emoties wordt gehouden, en meer economie in de medicijnen, waardoor de gezondheidszorg eindelijk ook eens efficiënt kan worden aangepakt.
Hef verder alle andere vakken op, zoals antropologie en sociologie, want er zijn bijna geen achterlijke indianenstammen meer voor onderzoek over en naar sociologen heeft überhaupt nooit iemand geluisterd, dus dat vak heeft al helemaal nooit enig maatschappelijk nut gehad. Theologie moet zeker ook afgeschaft worden,
want de religies bezorgen onze wereld duidelijk alleen maar steeds meer narigheid.
Het is wel te hopen dat juristen in ons land een zeer brede klassieke universitaire opleiding zullen blijven krijgen, waar ze geleerd wordt dat hun blik op de werkelijkheid door de onvermijdelijke beperking van hun persoonlijke kennis altijd een zekere verkokering kan inhouden. Dat kan zelfs tot het gevaar van tunnelvisie
leiden, als ze te gemakkelijk op de deskundigheid van anderen blindvaren. Want als die meniscus tussen HBO en universiteit werkelijk helemaal verdwijnt dan zullen er onvoorstelbaar veel meer rechtzaken komen, waar de rechter over de waarheid zal moeten oordelen. Die rechters zullen dan echter niet kunnen voorkomen dat onze
economie uiteindelijk helemaal naar de knoppen gaat.”


Analyse. Het meest opvallende aan dit stuk is dat Fellendans helemaal niet argumenteert. Zijn stuk bestaat uit een aaneenschakeling van ‘ik vind’-beweringen in combinatie met vaag taalgebruik. De hoofdgedachte is dat het allemaal goed komt als je de studieduur verlengt en meer vakken bij elkaar zet. En Fellendans weeft er zonder enige terughoudendheid of gêne nog een paar éénregelige analyses door, bijvoorbeeld over het gevaar van religies. Culturele antropologie? Houdt zich alleen met achterlijke indianenstammen. Tja.
Wie verder kijkt komt uit bij zijn website en dat maakt de zaak er niet beter op: “sinds kort is er een verklaring voor tunnelvisie, volgend uit recent werk van vier psychologen”: Sinds kort? Onjuist. Fellendans, die een technische achtergrond heeft, is het ontgaan dat er al heel veel en heel lang literatuur over bestaat over tunnelvisie. De intrede van de psychologie binnen de economie is Fellendans ook al ontgaan.

Freud over Freud & Pam 2 (19.4.10)

Psychoanalytica Iki Freud heeft niet veel op met de kritiek op de leer van haar naamgenoot: “Menigeen houdt er een mening over Freud op na zonder ooit iets van de man te hebben gelezen. Freud-bashing is in de mode, te beginnen met Han Israëls, die tenminste nog serieus onderzoek verrichtte. Kritiek op een beroemdheid maakt dat je eenvoudig meelift op andermans faam.”
Analyse. Freud maakt de motieven van critici verdacht: het is een meeliften op andermans faam. Origineel is die kritiek niet. Hans Driessen schreef dat al eerder in VN en Grunberg in het NRC.

Freud over Freud en Pam 1 (16.4.10)

‘De psychoanalyse past niet bij de tijd van de hapklare genoegens.’ Kopte het artikel van psychoanalytica Iki Freud (Vk, 8 april 2010).
Ze was boos op Max Pam omdat hij zich in Buitenhof vrolijk over het feit dat de psychoanalyse niet langer wordt vergoed. “Hij dreef de spot met Freud, en pleitte ervoor alle 'onbewezen' behandelmethodes, zoals reisjes naar Lourdes, niet langer te vergoeden. Een bizarre vergelijking. Ik heb veel bewondering voor Max Pam, maar zijn mening over de psychoanalyse is populistisch, modieus en oppervlakkig.”
Eén van de verdienste van Freud is volgens zijn naamgenoot dat er “vóór Freud geen taal bestond voor de beschrijving van innerlijke roerselen”.
Analyse. Die laatste bewering is volstrekt onjuist. In 1869 publiceerde de Duitse filosoof Eduard von Hartmann (1842-1906) zijn meer dan 1000 pagina’s tellende boek Philosophie des Unbewußten. Daarin beschrijft hij alle denkers over de innerlijke roerselen.
Rond 1870 was het buiten de poorten van de universiteit al gebruikelijk om over het onbewuste te praten, stelde de Britse wetenschapsfilosoof Whyte (1896-1972) in zijn The Unconsious Before Freud uit 1962.

Nova & de onschuldpresumptie (14.4.10)

Minister Eimert van Middelkoop blijft Marco Kroon verdedigen, beweerde Nova. In het citaat dat daar op volgde, wees Van Middelkoop echter op de onschuldpresumptie: een verdachte is pas schuldig als hij is veroordeeld en er geen beroep meer loopt. Juridisch gezien is Van Middelkoops opmerking o.g.v. art. 6 EVRM volstrekt terecht. Dat is geen kwestie van ‘verdedigen’.

Albayrak en het verzwegen adviesrapport (13.4.10)

Asielkinderen mogen volgens een adviesorgaan van de Raad van Europa niet op straat worden gezet. Uit een rapport van dat orgaan blijkt dat Nederland zich daar schuldig aan maakt. Dat rapport verscheen oktober 2009 en de Nederlandse regering werd een aantal maanden gegund om de huidige uitzetpraktijk te wijzigen.
Albayrak zei op 25 februari 2010: “Als er een uitspraak komt waarmee wordt vastgesteld dat Nederland welk mensenrecht dan ook schendt, dan was ik altijd een staatssecretaris die daar meteen gevolg aan gaf. Maar het punt is: ik denk niet dat die uitspraak zo zal zijn.”
Op dat moment lag dat advies dus al maanden op het bureau van de regering. De veroordeling zat er aan te komen en Albayrak moet dat geweten hebben.

Ellian en de kosten van de immigratie (12.4.10)

“De immigrant kost, afgezien van uitzonderingen, geen geld maar brengt geld op”, stelt Afshin Ellian. “En de immigrant zelf wordt ook rijk van zijn moedige daad om te immigreren. (…) De tragiek van immigranten en de immigratie vertolkt het totale faillissement van de elite die gedurende 40 jaar een immorele toestand heeft gesteund. Het roer moet om.”
De kosten van de immigratie werden vorig jaar berekend door Elsevierredacteur Syp Wynia.
“De echte immigratiedeskundige van Nederland is Syp Wynia. Hij heeft de kosten van het immigratiedrama berekend. Niemand durfde de kosten van de immigratie berekenen. Elsevier heeft het aangedurfd. De totale kosten van de immigratie van niet-Westerse allochtonen (afgelopen 40 jaar) is een negatief saldo van 216,4 miljard euro. Alleen al in 2009 bedroeg het negatieve saldo 12,7 miljard euro. Ik ben echt sprakeloos.”
Een tragische toestand, zo kwalificeert Ellian deze kwestie: “Het establishment sloot zijn ogen voor dit drama. En nu blijkt hoe kostbaar dit drama was en is.”
Analyse. Ellian deed er ruim een jaar over om sprakeloos te worden, want Wynia publiceerde in 2009 zijn stuk in Elsevier. Wat schreef de echte immigratiedeskundige eigenlijk? De immuniseringstrategie van Ellian valt op:

“…lijkt het verantwoord om eenderde van deze kosten aan de niet-westerse immigratie toe te rekenen…”

“…wellicht ook naar de medisch specialist…”

“…het is allerminst onredelijk om…”

Maar, zo beweert Ellian, “hoe dan ook berekend, de immigratie is duur”. Hoe dan ook? Econometrist prof. Nijkamp stelde dat er in het buitenland, anders dan in Nederland, op dit terrein veel en goed onderzoek is verricht. De teneur is steeds, dat het nationale product op langere termijn in geen enkel land een negatief migratiesaldo vertoont. Hij heeft geen reden om aan te nemen dat dit in Nederland anders is.

Het establishment sloot zijn ogen voor dit drama, beweert Ellian. Flip de Kam, hoogleraar en lid van de PvdA ook? “Voorstanders van een betrekkelijk ruim toelatingsbeleid voor migranten (…) zullen moeten erkennen dat er een grens is aan het sociale en economische draagvermogen van het ontvangende land, wanneer nieuwkomers daaraan per saldo niet blijken bij te dragen. Hopelijk wordt het debat op basis van de straks beschikbaar komende cijfers zakelijk en zonder vooringenomenheid gevoerd.”

Psychoanalyse (1.4.10)

Voor de klassieke psychoanalyse valt het doek. Dat wil zeggen, het college van zorgverzekeraars (CVZ) vergoeden deze vorm van zorg niet meer. Die willen alleen zorg vergoeden die bewezen effectief (‘evidence based’) is. En aangezien de effectiviteit van de psychoanalyse is de effectiviteit niet ‘onaantastbaar’ bewezen, stoppen ze met de vergoeding.
De zorgverzekeraar wijst erop dat dit onderzoek in principe mogelijk is en verwijst naar onderzoek over de effectiviteit van de langdurige psychoanalytische psychotherapie. Dit is een korte versie van de klassieke psychoanalyse.
G. Praal, klinisch psycholoog, is het niet eens met deze beslissing:
“Misdadig, hoe hier een college van wetenschappelijk niet onderlegden zich een mening vormen zogenaamd op basis van wetenschappelijke gegevens. Die zg. wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd op nogal simpel, om niet te zeggen primitieve opvatting van wat "wetenschappelijk" is. Dubbelblind onderzoek is slechts een vorm, en zeker niet de door de een "gouden standaard". Was dat zo, dan zou er bijvoorbeeld geen quantummechanica, geen deeltjesonderzoek, geen voortgang in fysica,biofysica, neurobiologie mogelijk zijn geweest, of mogelijk zijn. Methodologie is een vak apart, en daar hebben de dames en heren van het CZV absoluut geen kaas van gegeten. Komt nog bij dat de samenstelling van de commissies die een oordeel hebben gegeven heel erg bevooroordeeld zijn, met name afkomstig uit de leertheoretische hoek, universitaire hoogleraren uit de die hun winkeltje promoten, en hooggeleerden die (te) nauwe banden hebben met de farmaceutische industrie. Toch zal de psychoanalyse niet klein te krijgen zijn, vanaf haar bestaan is het strijd tegen vooroordeel en domheid geweest. Helaas gaat het wel nu ten koste van vele patiënten die met een analyse echt geholpen zijn en een gemeenschap die nu ( o schande) moet meemaken dat adequate genezing wordt onthouden aan zijn behoeftige leden.”
Analyse. Opvallend is de reeks ad hominem-argumenten: primitieve opvatting van CVZ; geen kaas gegeten van methodologie; erg bevooroordeelde commissieleden; academici die de praktijk niet kennen; academici die banden hebben met de industrie
Vanaf haar bestaan is het strijd tegen vooroordeel en domheid geweest, stelt Praal. Maar was de kritiek echt zo bevooroordeeld? Kraepelin (1856-1926), een Duitse psychiater, stelde dat men in de teksten van Freud “overal kenmerken van freudiaans onderzoek kan vinden: de presentatie van willekeurige hypothesen en vermoedens als vastgestelde feiten die zonder aarzeling gebruikt worden om nieuwe luchtkastelen te bouwen, en bovendien de tendens om te generaliseren op basis van individuele observaties.” Forel, hoogleraar psychiatrie in Zürich verhaalde in 1907 van patiënten met wie het door de psychoanalyse alleen maar bergafwaarts gegaan was. Janet (1859-1947), een Franse psychiater, stelde dat de psychoanalyse gekenmerkt wordt door symbolisme: “Een mentale gebeurtenis kan altijd, als dat nuttig is voor de theorie, opgevat worden als het symbool voor een andere. (...) Het is het gevolg van het vertrouwen van de auteurs (de psychoanalytici) in een algemeen principe vooraf geponeerd als ondiscutabel, dat hier geen feiten worden vastgesteld, maar toepassingen op feiten plaatsvinden.” William James schreef in 1909 dat hij de indruk had dat Freud geobsedeerd was door zijn ideeën. De schrijver Aldous Huxley schreef in 1925 dat alle belangrijke feiten van de psychoanalyse “bij nader onderzoek eenvoudige veronderstellingen zijn. Geen enkel bewijs voor de minste van die vooronderstellingen wordt geleverd, maar ze worden allemaal als feiten behandeld.”
Deze intuïties werden onlangs nogmaals onderschreven en uitgewerkt in een uitstekende analyse van de psychoanalyse door de Belgische filosoof Filip Buekens. In zijn scherpzinnig betoog maakt hij duidelijk dat Freud een methodologische vergissing beging. Nadat Freud zelf zijn verleidingstheorie opgaf, maakte Freud de cruciale vergissing om de resultaten van zijn eerdere bevindingen niet terzijde te schuiven. Dat hij moeten doen, omdat het door hem gecreëerde bewijsmateriaal op ongeldige wijze verzameld was. Freud deed echter iets anders: op basis van diezelfde – onbetrouwbare - bevindingen formuleerde hij een nieuwe theorie. Het Oedipuscomplex was geboren.
Die eerdere bevindingen waren onbetrouwbaar, omdat het niet duidelijk was of patiënten zelf met hun verhalen kwamen of omdat Freud ze had opgedrongen. Dat zowat al zijn patiënten dit soort ervaringen hadden, was geen kwestie van fantasie, bezwoer Freud. En van suggestie kon geen sprake zijn: “Ik ben er nog nooit in geslaagd een door mij verwachte scène zo doeltreffend aan een patiënt op te dringen dat hij haar met alle bijbehorende gevoelens scheen te doorleven”. Maar een onafhankelijk bewijs hiervoor heeft Freud nooit geleverd, stelt Buekens terecht. Critici vielen Freud toen al aan: waren de bekentenissen niet door Freud zelf uitgelokt? Dat was de kritiek toen en dat is de kritiek van Cioffi en Buekens en vele andere wetenschappers nog steeds hebben.