De hooggeleerde prof. dr. Bernard van Praag (9.7.10)

De VVD laat zich piepelen door links, meent de prof. Van Praag (NRC, 7 juli 2010). Hij is, zo staat onder zijn stuk, emeritus hoogleraar toegepaste economie. En daar zit meteen het pijnpunt. Zijn bijdrage heeft niets van doen met zijn vakgebied. Het schermen met de titulatuur suggereert een autoriteit, die in dit geval feitelijk volledig losstaat van zijn expertise.

Heertje vs. de Hoge Raad (8.7.10)

Prof. Heertje gaat in rtl.z te keer tegen de directeur van de vrijwilligersvereniging SVN, die zichzelf een vorstelijk salaris had: 160.000 euro. Deze club ontvangt jaarlijks 90 miljoen euro subsidie van de overheid en houdt zich bezig met armoedebestrijding (ik verzin dit niet). Heertje: “Elsen is in de Nederlandse samenleving niet de enige die opvalt door wanstaltig en sociaal stupide gedrag, dat buiten het gezichtsveld van de strafrechter valt. Ad Bos die in Nederland de bouwfraude heeft blootgelegd en daarbij grote persoonlijke risico’s heeft genomen, wordt nu als verdachte vervolgd dankzij enkele kortzichtig en inhumaan denkende juristen uit de Hoge raad, maar mensen zoals Elsen lopen in Nederland vrij rond, zij het in streepjespak.”

Analyse. Wat opvalt in de column van Heertje is dat hij niet eens meer de moeite doet om een standpunt van een tegenstander te verwoorden. De eis dat Bos alsnog moet worden vervolgd, is te wijten aan kortzichtig en inhumaan denkende juristen. En daar kan de lezer het mee doen.


Even buiten het kader van deze site. Wat stelde de Hoge Raad? Deze was het niet eens met het oordeel van het hof, dat oordeelde dat Bos mocht vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd: “de communicatie tussen het openbaar ministerie en de verdachte geeft daarvoor onvoldoende steun.”
Het hof oordeelde ook dat inbreuk is gemaakt op het zwijgrecht van de verdachte. De Hoge Raad was het ook op dit punt niet eens met het hof: “Uit de stukken volgt niet dat B. al veel eerder als verdachte was aangemerkt, zodat het openbaar ministerie B niet al (veel) eerder als verdachte op zijn zwijgrecht had moeten wijzen.”
Uit het bovenstaande volgt mede dat niet gezegd kan worden dat B. “lang aan het lijntje is gehouden” zonder hem duidelijkheid te geven over zijn rechtpositie. De Hoge Raad concludeerde dan ook dat Bos opnieuw in hoger beroep zal moeten terechtstaan.

Het oriënterende gesprek met Bos en het OM levert het volgende beeld op. Bos beschikte blijkbaar over een omvangrijke administratie die de vastlegging zou bevatten van verrekeningen tussen aannemers in de wegenbouw krachtens onderlinge afspraken. Die administratie was zonder toelichting en nadere aanvulling door Bos niet voldoende toegankelijk om als bewijsmateriaal te kunnen dienen. Zijn medewerking was dus onontbeerlijk. Wel was duidelijk dat de omvang van het financiële nadeel dat door de overheid was geleden, zeer omvangrijk zou kunnen zijn.

Bos wilde slechts medewerking verlenen aan het onderzoek tegen een aanmerkelijke financiële vergoeding als compensatie voor de geleden en de te lijden inkomensderving. Hij zag zichzelf als getuige optreden. Als niet tot in zijn ogen bevredigende financiële afspraken zou worden gekomen, zou hij niet meewerken en gaf hij te kennen dat hij het bewijsmateriaal mogelijk zou vernietigen.

Bos beweerde dat er sprake was van corruptie. Hij zou namen van ambtenaren kunnen noemen en aanwijzingen voor het bewijs kunnen leveren. Hij had tot dan toe nog geen enkele inhoudelijke aanwijzing gegeven die tot begrip zou kunnen leiden met betrekking tot de aangeboden administratie. Hij noemde ook nog geen namen van betrokkenen. Bos sloot niet uit dat hij zelf betrokken was geweest bij de dubieuze praktijken en dat anderen daarover iets zouden zeggen.

Blunders van Elsevier 5 (7.7.10)

Elsevier kopte dat joden Cohen verwijten dat hij niets doet tegen het groeiende anti-semitisme in Amsterdam. Elsevier ging verder: “Ook Job Cohen, nu PvdA-leider, had volgens Loonstein geen oog voor het groeiende antisemitisme. 'Hij ging wél naar Marokkaanse instellingen om zijn medeleven te betuigen als er sprake was van antimoslim sentiment. Maar omgekeerd deed hij niets, toen joodse burgers de stad verlieten, weggetreiterd door Marokkaanse straatschurken.'”

Analyse. Welgeteld één jood komt aan het woord. Dit gegeven in combinatie met het feit dat het anti-semitisme in Amsterdam juist terugliep (zie eerdere berichten), roept de vraag op waarom juist Cohon wordt aangehaald. Had Elsevier niet de journalistieke plicht om de bewering van Loonstein aan een kritisch onderzoek te onderwerpen?Loonstein is immers geen expert op het terrein van antisemitisme of criminaliteit.


Blunders van Elsevier 4 (6.7.10)

Elsevier: “Wat Amsterdamse joden van alles het meest frustreert, is het optreden van de politie - het gebrek daaraan.” In het weekblad komt maar één persoon aan het woord, namelijk Loonstein. Het gaat daarbij om zijn beweringen in de Telegraaf. Die worden klakkeloos overgenomen, zonder wederhoor.

Uit het persbericht van de politie blijkt namelijk iets anders: “In tegenstelling tot wat de heer Loonstein suggereerde, is er na het incident uitgebreid contact geweest tussen de buurtregisseur en de melder en is het contact met de politie naar tevredenheid van de melder verlopen.”

De zaak is inmiddels opgelost

Blunders van Elsevier 3 (5.7.10)

In het stuk over anti-semitisme in Elsevier wordt Herman Loonstein aangehaald. Eén keer als professor en één keer als hoogleraar. De toevoeging ‘hoogleraar’ is volstrekt overbodig. Loonstein was van 1980 tot 2008 bijzonder hoogleraar Mozaisch recht in Nijmegen. Maar daardoor wordt zijn (onjuiste) verklaring niet geloofwaardiger of betrouwbaarder.

Blunders van Elsevier 2 (2.7.10)

Elsevier wist te melden dat de SGP een spoeddebat aan over het toenemende aantal antisemitische incidenten in Nederland had gevraagd en dat demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (CDA, Justitie) had gezegd dat cijfers niet uitwijzen dat er sprake is van een toename.
Ook haalde Elsevier het
Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Die vond het “klinkklare nonsens”, want de minister beriep zich op het Antidiscriminatiebureau Amsterdam dat juist signaleerde dat gevallen van antisemitisme het meest gestegen zijn van alle soorten discriminatie. Elsevier: “Het aantal anti-joodse incidenten steeg het afgelopen jaar met 55 procent, tot 167 gevallen. De daders zijn bijna altijd jonge Marokkanen.”

Analyse. Door 2009 met iets, waarschijnlijk 2008, te vergelijken, lijkt er sprake te zijn van een explosie. Daar kunnen de volgende kanttekening bij worden gezet. De hyperlink geeft geen informatie over de procentuele stijging. Laten we het er op houden dat dit gewoon een slordigheidje is. Maar dan nog zou je verwachten dat Elsevier een beetje onderzoek deed naar de bewering dat er sprake is van een stijging van antisemitisme. Pieter Hilhorst van de Volkskrant deed dat wel. "Afgaande op het aantal meldingen dat bij het CIDI binnenkwam, blijkt er helemaal geen sprake van een gestage toename van het aantal incidenten. In 2002 waren er 359 incidenten, in 2009 waren dat er 167. Een daling met meer dan 50 procent! Het grootste deel van de meldingen heeft niets te maken met intimidatie op straat, maar met e-mail en bekladdingen. (...) Dan de ernstige incidenten. In 2009 zijn er 20 scheldpartijen gemeld, 6 bedreigingen en 4 voorvallen van geweld. In 2010 is nog geen enkel voorval van geweld gemeld. Vroeger gaf het CIDI een uitgebreide weergave van de incidenten. Dat is nu niet gebeurd. Desgevraagd meldt het CIDI dat daar geen tijd voor was. Om een beeld te krijgen heb ik daarom gekeken naar oude rapportages. In 2004 waren er 5 incidenten met fysiek geweld. Vier keer is iemand bespuugd. Een keer is een kopje koffie uit iemands hand geslagen. Eenmaal is een bril van iemands gezicht geslagen.”

NOS-redacteur Rinke van den Brink, auteur van verschillende boeken over extreem-rechts en racisme, sprak eveneens van een daling: In de cijfers die het CIDI op 24 juni publiceerde zit een verdubbeling van het aantal geweldincidenten (van twee in 2008 naar vier in 2009, nul in 2010 tot nu toe); een verdubbeling van het aantal bedreigingen (van drie naar zes in 2009, één in 2010 tot nu toe). Het aantal vernielingen aan synagogen, monumenten en begraafplaatsen nam toe van nul naar zes in 2009 (geen gevallen tot nu toe in 2010). Bekladding van synagogen, monumenten en begraafplaatsen nam toe van twee naar drie voorvallen in 2009 en vier tot nu toe in 2010. Antisemitische bekladdingen op andere plekken kwam in 2008 zeven keer voor en in 2009 zestien keer (in 2010 tot nu toe drie keer). Schelden werd in 2008 zeventien keer gemeld en in 2009 twintig keer (zes keer in 2010). In 2009 werden vijftig antisemitische e-mails gemeld tegen dertig in 2008 en 37 tot nu toe in 2010. (...) In de CIDI-cijfers lijkt er op grond van de cijfers tot 24 juni in 2010 een daling op te treden van de ernstigere incidenten zoals geweld, bedreigingen, vernielingen aan synagogen en dergelijke. Ook bij het schelden lijkt zich een daling aan te kondigen. Bij e-mails en bekladding van synagogen is er sprake van een stijging.”

Ook onderzoeker Donselaar constateert dat het aantal meldingen van antisemitisme in Nederland een dalende trend vertoont. Donselaar verricht hierover samen met een aantal collega’s onderzoek in opdracht van het ministerie van VROM. Dit onderzoek mondt uit in de Monitor Rassendiscriminatie 2009.

(Even buiten het kader van deze blog. In de Monitor stond overigens dat discriminatie in zijn algemeenheid vertoont een lichte daling, maar dat geweld tegen moslims neemt toe. Eigenlijk is dit een heel interessant fenomeen. Van een toename van geweld tegen joden blijkt geen sprake te zijn, maar dat is bij Elsevier nieuws; van een toename van geweld tegen moslims blijkt wel sprake te zijn, maar dat is bij Elsevier geen nieuws.)

Blunders van Elsevier 1 (1.7.10)

Afgelopen zaterdag verscheen het volgende bericht op de site van Elsevier:


Joden Amsterdam: Cohen deed niets tegen antisemitisme

zaterdag 26 juni 2010 09:42

De frustratie onder Nederlandse joden is groot. Volgens hen weigeren overheid en politie op te treden tegen het groeiende antisemitisme in het land. Ook de oud-burgemeester van Amsterdam, Job Cohen (PvdA), krijgt er flink van langs.

Joden in Amsterdam zijn de scheldpartijen en intimidaties van Marokkaanse jongeren meer dan zat. 'Grote delen van de stad zijn voor ons niet meer toegankelijk, het is wachten tot de eerste slachtoffers vallen,' zegt hoogleraar Herman Loonstein zaterdag in De Telegraaf.

Onzin
De SGP vroeg deze week een spoeddebat aan over het toenemende aantal antisemitische incidenten in Nederland. Demissionair minister
Ernst Hirsch Ballin (CDA, Justitie) zei daarin het lastig te vinden een trend te signaleren. Bovendien zouden cijfers niet uitwijzen dat er sprake is van een toename.

'Klinkklare onzin,' reageert het
Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). 'Hij beroept zich nota bene op het Antidiscriminatiebureau Amsterdam dat juist signaleerde dat gevallen van antisemitisme het meest gestegen zijn van alle soorten discriminatie.'

Het aantal anti-joodse incidenten
steeg het afgelopen jaar met 55 procent, tot 167 gevallen. De daders zijn bijna altijd jonge Marokkanen.


Politie
Wat Amsterdamse joden van alles het meest frustreert, is het optreden van de politie - het gebrek daaraan. Herman Loonstein haalt in de krant een voorval aan uit de wijk Buitenveldert, waar een groep Marokkanen een joodse man bekogelde met eieren.

'Nee, als jullie geen foto’s van de daders hebben, is er voor ons écht geen beginnen aan hoor,' was de reactie van de politie volgens de hoogleraar. 'Wanneer komen ze eigenlijk wel in actie? Als de eerste jood het ziekenhuis is ingeslagen?'

Cohen
Ook
Job Cohen, nu PvdA-leider, had volgens Loonstein geen oog voor het groeiende antisemitisme. 'Hij ging wél naar Marokkaanse instellingen om zijn medeleven te betuigen als er sprake was van antimoslim sentiment. Maar omgekeerd deed hij niets, toen joodse burgers de stad verlieten, weggetreiterd door Marokkaanse straatschurken.'

Volgens hem emigreren veel joden naar Engeland en Israël, om daar het rustige en veilige leven wat ze ooit in Amsterdam hadden, weer op te pakken.

Tot zover het stuk in Elsevier. Herman Loonstein haalde dus een voorval aan uit de wijk Buitenveldert, waar een groep Marokkanen een joodse man bekogelde met eieren. dit verval was symptomatisch voor de laksheid van de politie. Loonstein is ontstemd: 'Nee, als jullie geen foto’s van de daders hebben, is er voor ons écht geen beginnen aan hoor,' was de reactie van de politie volgens de hoogleraar. 'Wanneer komen ze eigenlijk wel in actie? Als de eerste jood het ziekenhuis is ingeslagen?'


Analyse. Het incident dat Loonstein aanhaalt, blijkt achteraf niets te maken te hebben met anti-semitisme. De drie jongens die met eieren hadden gegooid, bleken van joodse afkomst te zijn. Maar dat was voor Elsevier geen belangrijk nieuws, noch aanleiding tot een rectificatie.

(De bron is het CIDI.)


Mijn ontbrekende reacties

Mijn Apple ondersteunt kennelijk de visuele woordverificatie niet. Ik kan dus even niet reageren (op mijn eigen blog).
Wordt aan gewerkt.