BON, Presley Bergen en de staat van het onderwijs (19.1.2011)

Volgens enkele Twentse onderzoekers, waaronder prof. Scheerens, gaat het behoorlijk goed met het Nederlandse onderwijs. Dat onderzoek kan Presley Bergen, de welbespraakte woordvoerder van BON, niet overtuigen (Website BON, 15.1.2011): “Ik zal maar weer eens reageren. In de debatten die ik de afgelopen jaren namens BON deed, kwam ik dit soort onderwijskundigen met hun onderzoeken regelmatig tegen. ‘We staan in de top’ en ‘we doen het prima’ waren en zijn de geijkte weerleggingen. Maar onderzoek uit niet-verdachte hoek (dus niet van bekende vernieuwers) werd nooit serieus genomen. Hun eigen onderzoek, dat was het. Vandaag vertelde ik aan een journalist van Radio 2 dat BON het steeds een beroep doen op die scorebordkwaliteit zat is. Vraag aan het bedrijfsleven, ouders, vervolgopleidingen, studenten, leraren wat ze van ons onderwijsniveau vinden, en trek dan conclusies. Vraag aan organisaties die internationaal opereren wat ze van ons onderwijs vinden. Vraag ook aan de heren uit Twente hoeveel procent op de universiteiten een buitenlandse AIO is. Vraag ook hoe dat komt. Ga na wat de heren onderzoekers dagelijks doen en je weet voldoende. Wat leraren, leerlingen en studenten en ouders elke dag meemaken, KAN NIET WAAR ZIJN. ‘Meten is weten’ maar wat je niet wilt weten, hoef je ook niet te meten, niet waar. Vraag aan Greetje van de Werf, hoogleraar Onderwijzen en Leren aan de Universiteit Groningen wat zij vindt van het Nederlandse Onderwijs en je hoort een ander verhaal. Laten we in beide gevallen dus maar naar de praktijk kijken en de conclusie is duidelijk. Het is overigens wel veelzeggend dat Nederlandse onderzoekers het onderwijsniveau fantastisch vinden zelfs als leerlingen hun eigen taal niet beheersen en zij niet kunnen rekenen. Dat de onderzoekers spelling niet belangrijk vinden, wordt duidelijk als je het onderzoek leest: er staan veel grove spel- en taalfouten in. Maar met al die cijfers in het onderzoek, ziet het er wel indrukwekkend uit, toch?”

Analyse. Hier spreekt het ‘Magische Oog’: als je maar goed kijkt, zie je wel dat het onderwijs niet deugt. Het onderzoek van Scheerens hoef je dan ook niet meer inhoudelijk meer te bekijken. “Laten we maar naar de praktijk kijken en de conclusie is duidelijk”, is het adagium van Bergen.

Let ook op het retorische trucje: zo wordt ‘onderzoek uit niet-verdachte hoek’ gekoppeld aan ‘niet onderzoek van bekende vernieuwers’. Bergen heeft nog steeds niets bewezen.

Ook het andere ‘bewijs’ is niet overtuigend. De verwijzing naar wat anderen zeggen, is erg makkelijk. In feite kan hij alles ‘bewijzen’ door enkel te verwijzen naar wat ‘anderen’ zeggen. Wie die anderen zijn, blijft verder in het ongewisse.

Vervolgens lanceert Bergen nog een persoonlijke aanval: de onderzoekers staan niet open voor andermans standpunten. In het rapport staan bovendien veel grove taal- en spelfouten. Maar wat zegt dit over de inhoudelijke analyse van de onderzoekers? Klopt een conclusie ineens niet als ergens in het betoog spel- en taalfouten staan?

Bergen verwijt de onderzoekers die een positief beeld over het onderwijs schetsen, dat ze niet openstaan voor ander onderzoek.