De uitglijder van Kluveld (14.1.2011)

Op de laatste dag van 2010 perste Armanda Kluveld er nog een drogredentje uit. In haar stukje ‘Niet meer piepen over de toon van het debat’ ging ze in op de toon van het debat.

“Laat ons voortaan verschoond blijven van verwijzingen naar 'de toon van het debat' . Wanneer er geen inhoudelijke argumenten voorhanden zijn, of het niet lukt om op basis van argumenten het debat te winnen, wordt 'de toon van het debat' ingebracht. Die zou te hard, rancuneus of polariserend zijn. Verwijzingen naar 'de toon van het debat' worden gepresenteerd alsof het inhoudelijke conclusies betreft, waaraan een diepgaande analyse vooraf is gegaan. Jetta Klijnsma (PvdA) beweerde: Dus als de toon anders was, zouden er geen bezuinigingsvoorstellen zijn? Zijn de voorstellen daarom verkeerd? Klijnsma legt het niet uit. Ze maakt zich er vanaf met, vergeef me de toon, gezeur.” (Vk, 31 dec. 2010)

Analyse. Kluveld schuift Klijnsma de redenering in de schoenen:

(1). Als de toon van het debat over kunst en cultuur wordt steeds killer, dan vloeien daaruit de gigantische bezuinigingsvoorstellen voort die dit kabinet heeft bedacht.

(2). Daaruit volgt dan dat als de toon van het debat over kunst en cultuur niet killer wordt, er ook geen bezuinigingsvoorstellen zouden zijn.

De tweede propositie zou dan uit de stelling van Klijnsma volgen.

Het punt is nu dat die tweede propositie helemaal niet uit de eerste is af te leiden, want de redenering ((als a, dan b) en niet-a) dus (niet-b)) is niet geldig. Maar Kluveld doet nu net alsof volgens Klijnsma (2) wel uit (1) volgt en vervolgens valt ze Klijnsma daar mee aan.

Kluvelds kritiek gaat alleen op als Klijnsma stelling twee letterlijk zou hebben gezegd. Kluveld suggereert dat wel “Jetta Klijnsma beweerde….”, maar uit het vraagteken blijkt dat dit een vraag van Kluveld is.