Onverantwoorde hoogleraren (14.2.2011)

Rome

“Het is verbazingwekkend hoe weinig deskundigen Nederland telt die, zonder de ogen te sluiten voor de feiten, een objectieve schets kunnen geven van de situatie in de Arabische wereld”, aldus politicologe Hala Naoum Nehme (Vk, 14 februari 2011). Ze heeft met name hoogleraar Ruud Peters en Bertus Hendriks op het oog. “Academisch onverantwoord!”, schrijft de masterstudente. Peters kan of wil zich geen voorstelling maken van een islamitische staat. Beide wetenschappers “praten goed wat niet goed te praten valt, doen hun best de ogen te sluiten voor de feiten en wekken de indruk zelfgekroonde intellectuelen als Tariq Ramadan na te praten”. Tot zover de bonte reeks persoonlijke aanvallen.

Dat roept de vraag op welke argumentatie Nehme hanteert. Het ongelijk van Peters en Hendriks moet blijken uit de volgende overwegingen:

1. 1. Er zijn twee landen (Iran en Saouda-Arabië) die een blauwdruk van de islamitische staat bieden. Dit analogie-argument is vooralsnog niet sterk, want Nehme poneert slechts een analogie, maar geeft geen andere argumenten waaruit blijkt dat die analogie ook relevant is voor de situatie in Egypte.

2. 2. Er zijn wetenschappers die een andere mening hebben dan Peters & Hendriks. Nehem wijst op Vidino (hoogleraar Harvard), Aclimandos (College de France) en Rashwan (die geen nadere toelichting krijgt). Ook dit argument is niet sterk. In elke wetenschap is het gebruikelijk dat er een verschil van mening is over (talloze) zaken. Met het aanhalen van de drie mensen is hooguit bewezen dat men er ook anders over kan denken.

3. 3. Vidono vond een document uit 1982 van een donateur van het Broederschap. In dit document stond een strategie om de komende 100 jaar een islamitische staat op aarde te zetten. Om te bepalen hoe invloedrijk dat 29 jaar oude document is, moet men de status kunnen duiden. Nehme verwijst enkel naar het document, maar van een nadere duiding is geen sprake.

4. 4. Verder verschillen de Arabische en de in het Engels vertaalde website van elkaar. Het origineel, de Arabische, is veel gewelddadiger blijkens de slogan en het logo. Onduidelijk is in welke mate deze verschillen iets zeggen over het – te verwachten – handelen.

5. 5. De Broedershap bestaat uit radicalen, pragmatisten en dissidenten. De eersten hebben de overhand, poneert Nehme. Ook dit argument is onvoldoende sterk om de conclusie te ondersteunen dat de Broederschap gevaarlijk is. Nehme zal moeten aantonen dat de pragmatisten en dissidenten niet voldoende sterk zijn om de radicalen af te remmen.

6. 6. De Palestijnse tak van de Broederschap staat op de EU-terreurlijst van verboden organisaties. Ook dit is geen sterk argument, want het feit dat de Egyptische tak niet op die lijst voorkomt, spreekt dan ook weer voor die tak.

7. 7. Bovendien hanteert Nehme een argumentum ad consequentiam: de beide wetenschappers moeten hun mond houden, want hun analyse kan misbruikt worden. Dat geldt voor een hele reeks van standpunten.

Als we de argumenten op een rij zetten, dan zijn geen van de argumenten steekhoudend genoeg om de conclusie van haar betoog te ondersteunen. Argument 2, 6 en 7 leiden sowieso niet tot de conclusie dat het Broederschap gevaarlijk is. Argument 1, 3, 4 en 5 ondersteunen in hun huidige vorm de conclusie niet, maar dienen een nadere toelichting te krijgen.