Prof. Heertje en het argumentum ad Hitlerum (22.3.2011)

"Grenzen tussen echte en officieuze criminaliteit vervagen soms. Je hebt geweldsmisdrijven, vastgoedfraude, witteboordencriminaliteit en laakbaar gedrag van zo op het oog nette heren.” Die heren in deze introductie van een column van Heertje (RTLz) zijn Rutger Jan van der Gaag, Paul van Rooij en Bart Heesen. “De eerste noemt zich hoogleraar, is gepromoveerd en is tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De tweede is ingenieur en directeur van GGZ Nederland, dus in dienst van Marleen Barth. De derde is gepromoveerd en directeur van de Orde van Medische Specialisten.”

Aanleiding tot Heertjes column was een brief van het drietal in Medisch Contact. “Deze brief heeft een misdadige ondertoon”, meldde Heertje. “Aan de orde is het bruskeren van het beroepsgeheim van behandelende psychiaters en het aanranden van de privacy van patiënten door het hanteren van het DBC-systeem, zodanig dat op facturen melding wordt gemaakt van aard en behandeling van psychische stoornissen.”

Waarom ging het om? Het drietal vindt deze inbreuken gerechtvaardigd om zorgverzekeraars in staat te stellen hun wettelijke taak uit te voeren en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de geleverde zorg te beoordelen. Foute boel, meent Heertje. “Hier wordt een humane wereld op zijn kop gezet.” Het beroepsgeheim en het beschermen van privacy zijn volgens Heertje fundamentele karakteristieken van een humane samenleving. "Psychiaters en hun patiënten zijn er niet voor wettelijke bepalingen en regelgeving, maar ordening is er ten behoeve van mensen. Dat brengt met zich dat deze in dienst staat van het humaniseren van de wereld. Wetgeving is een instrument, geen doelstelling op zich.”

Heertje vindt dat de drie “misbruik maken van hun ambtelijke machtspositie om psychiaters en patiënten gelijk slaven afhankelijk te maken van dehumaniserende bepalingen en uitvoeringen van de overheid. Op 4 mei staan deze heren op de Dam in de houding het Wilhelmus te zingen, terwijl zij op humane gronden, en dat zal iedere rechter met me eens zijn, eigenlijk in het gevang thuishoren.”

Analyse. De verwijzing naar 4 mei (Nationale Dodenherdenking) is feitelijk een argumentum ad Hitlerum. Het is een variant van ‘Guitly by Association’: Hilter is slecht en het argument lijkt op iets wat met Hitler (Nazi’s, fascisme etc.) te maken heeft, dus jouw argument is slecht (in de zin van abject, verwerpelijk, laakbaar).

Dat deze mensen in de gevang horen, zal iedere rechter met hem eens zijn, stelt Heertje. Let wel: hij bewijst helemaal niets. Met evenveel gemak kan ik zeggen dat Heertje in het gevang thuishoort en dat iedere rechter dat met mij eens is.

De bij Heertje haast onvermijdelijk persoonlijke aanval komt ook nu weer om de hoek kijken: Van der Gaag, die zich hoogleraar noemt. Wat blijkt: Van der Gaag is hoogleraar en er wijst niets op dat er iets mis is met deze man.

Misschien is er toch een kritiekpuntje mogelijk: Van der Gaag heeft de eerste Wet van Heertje overtreden: ‘alle meningen dienen in overeenstemming te zijn met de opvatting van Arnold Heertje’.