Martin Sommer (Vk, 23.6.11) is van mening dat het idee van een halfzachte journalistiek die het heeft verloren van de macht, niet klopt. “En wie mij niet wil geloven leze Philip van Praag in het Jaarboek parlementaire geschiedenis 2010. Die schrijft: 'Er is geen onderzoek dat aantoont dat de media vroeger minder fouten maakten en meer zaken blootlegden dan tegenwoordig. Het idee dat de journalistiek enkele decennia geleden beter functioneerde, is een mythe, vooral gebaseerd op een idealisering van het verleden’.”
Analyse. Inderdaad, het citaat staat er letterlijk zo. Alleen deugt de conclusie van Van Praag niet. Als er geen onderzoek is gedaan dat aantoont de media vroeger minder fouten maakten en meer zaken blootlegden dan tegenwoordig, dan volgt daar niet uit dat het idee dat de journalistiek enkele decennia geleden beter functioneerde een mythe is. Als er geen onderzoek is gedaan, kun je dat ook niet weten. Alleen als onderzoek is gedaan dat aantoont dat de media vroeger minder fouten maakten en meer zaken blootlegden dan tegenwoordig, dan is het idee dat de journalistiek enkele decennia geleden beter functioneerde een mythe.


10 reacties:
Daar ben ik het niet mee eens. Volgens Van Dale is een mythe een "gangbare, als onaantastbaar beschouwde, maar ongegronde opvatting". Wat er relevant is voor onze discussie is de eigenschap van "ongegrond"-zijn. Ongegrond betekent een stelling waarvoor geen voldoende argumenten zijn geleverd. (Van Dale: "niet steunend op goede grondslagen:") Welnu, als er geen onderzoek is geweest en geen andere overtuigende argumenten zijn geleverd dat media beter functioneerde, dan is het een mythe dat media beter functioneerde.
We kunnen het vergelijken met zeemeerminnen en eenhoorns. Er is geen onderzoek geweest, dat zou hebben aangetoond dat er geen zeemeerminnen en eenhoorns bestaan. Desondanks de afwezigheid van de bewijzen voor het tegendeel, is een geloof in zeemeerminnen en eenhoorns een mythe, omdat een overtuiging zonder voldoende onderbouwing is.
Klinkt aannemelijk, maar dan zou een mythe wel waar kunnen zijn. Namelijk als er - in de toekomst - onderzoek wordt gedaan, waaruit blijkt dat de media vroeger minder fouten maakten. Kan een mythe in principe waar zijn? Of bedoelen we met mythe iets wat niet waar kan zijn en als het idee dat ten grondslag ligt aan die mythe wel waar is, dan was er geen sprake van een mythe?
Los daarvan bevat Sommers stuk een waarheidsclaim dat een bepaald idee niet klopt, omdat er geen onderzoek is die dat idee ondersteund. Sommers argumentatie klopt sowieso niet.
Ah, de reactie hebben elkaar gekruisd...
Bij 'mythe' denk ik ook aan een bewering die onwaar is, maar niet aan een bewering die waar kan zijn. Maar dat wijkt inderdaad af van de definitie van Van Dale.
Laten we een paar (mogelijke) mythes beschouwen:
(1) JFK is door maffia vermoord.
(2) JFK is door Sovjets vermoord.
(3) JFK is door CIA vermoord.
(4) Elvis leeft.
(5) U.F.O.’s bestaan.
(6) Buitenaarders ontvoeren mensen voor experimenten.
(7) God bestaat.
Al deze dingen zijn mogelijk en we hebben geen bewijs dat ze onwaar zijn. Dus wat ze mythes maakt is niet het feit dat we een bewijs hebben dat ze onwaar zouden zijn, maar het feit dat men in deze dingen gelooft zonder voldoende onderbouwing.
Of neem de mythe dat links verantwoordelijk is voor migratie. We hebben nu een wetenschappelijk onderzoek dat het niet zo is:
http://www.nrcnext.nl/blog/2011/07/11/gezinshereniging-komt-uit-de-rechtse-kerk/
Maar de mythe was een mythe ook voordat we wisten dat het onwaar is. Het was een mythe omdat het onvoldoende onderbouwd was, omdat de overtuiging slechts op de vooroordelen van de gelovigen berustte.
Een plausibele theorie die (nog) niet voldoende onderbouwd is zal men doorgaans geen mythe noemen. Dus in dit geval dekt de definitie van Van Dale de lading niet denk ik.
@mdenhoed
Heel veel samenzweringstheorieën zijn heel plausibel. Hun logica is soms onberispelijk. Het enige wat er ontbreekt is een goed bewijs voor de premissen. Neem bijvoorbeeld het Intelligent Design mythe.
Anderzijds is het ook weer niet zo dat het criterium 'voldoende onderbouwing' erg helder is. Doorgaans is er sprake van een zekere mate van waarschijnlijkheid dat bepaalde beweringen (on)waar zijn. De uitersten op de schaal van waarschijnlijk-onwaarschinlijk zijn dan wel redelijk duidelijk, maar voor het grijze gebied tussen die uitersten geldt dat zeker niet.
Mythe is een polemisch begrip : iemand die het zal gebruiken gaat er vanuit dat wat in de mythe wordt beweerd niet waar is. Mythe is een soort geinstutionaliseerde kijk op de werkelijkheid die de mythe-gelovers voor waar aannemen. Zij zullen dat ook het woord mythe niet in de mond nemen. Dat zou afbreuk doen aan hun kijk op de werkelijkheid. Wel degenen die proberen de onjuistheid van de mythe aan te tonen : zij gebruiken het woord mythe wel.
Probleem is dat mythes vaak stropoppen zijn: dat maakt het wat ingewikkelder.
Bijvoorbeeld: "Het idee dat de journalistiek enkele decennia geleden beter functioneerde, is een mythe, vooral gebaseerd op een idealisering van het verleden". Is dit een echte mythe ; denken veel mensen echt zo. Of is het een stropop die iemand gaat afbranden. Anderzijds kan het ook echt waar : dan is het natuurlijk ook geen mythe.
Een reactie plaatsen