Net verschenen: het Arnold Heertje-effect





Het publieke debat wordt in Nederland gedomineerd door media-intellectuelen als Arnold Heertje, Heleen Mees, Afshin Ellian, Joost Zwagerman, Elsbeth Etty en enkele andere opinieproducenten. Ze laten, bewust of onbewust, het publieke debat keer op keer ontsporen. In dit boek worden ruim 300 van hun trucjes besproken.

Er treedt een ‘Arnold Heertje’-effect op: de media zoeken steeds meer intellectuelen op, die net als de vermaarde econoom er niet voor terugdeinzen om er eens lustig en beschaafd op los te schelden. Van een echt debat is geen sprake en elke poging tot diepgang wordt zorgvuldig vermeden. De media-intellectuelen hanteren een 'hit and run'-strategie: ze delen een verbale tik uit aan een andersdenkende en maken zich vervolgens uit de voeten.

Het boek is te verkrijgen bij Unibook. Zie daar voor de inhoudsopgave en enkele pagina's.


Gegevens:

ISBN 9781616278878

Prijs: € 17,50

Ontwerp omslag: Willem-Jan van Gendt (Foto: Ornament op een van de colleges in Oxford)

Trefwoorden: intellectuelen, informele logica, publieke debat


Waarom ik altijd gelijk heb

Waarom ik altijd gelijk heb, is de titel van een boek van rechtspsycholoog Eric Rassin (hoogleraar EUR) handelt over tunnelvisies en wordt herdrukt. Het is een buitengewoon interessante studie over de ‘confirmation bias’.

Uitgeverij: Spectrum Psychologie (Isbn: 9055945634)

Rechtse politici zijn knapper (25.2.2011)

Althans, dat weet Elsevier te melden. Om dat bericht kracht bij te zetten, komt Elsevier met een vergelijkend testje. Drie rechtse politici worden vergeleken met drie linkse politici. Klik op de link en zoek naar het boerenbedrog van Elsevier.

Belasting is diefstal (21.2.2011)


Een oudje, toevallig vandaag ontdekt. Prof. Stevens schroomt niet de ene na de andere persoonlijke aanval te lanceren. Let ook op de pathetische drogreden.

Wakker Nederland (17.2.2011)

Vanochtend wilde ik even op teletekst kijken en maakte ongewild kennis met het ochtendprogramma van WNL. Het volgende kwam in pakweg 4 minuten voorbij. “Bart de Wever moet weg, dan is de (Belgische, RR.) regeringscrisis opgelost. (…) Vreemd dat bestanden met privacygegevens anno 2011 niet gekoppeld zijn. (…) De nieuwe voorzitter van het MKB kan toch geen PvdA’er zijn, want dat is toch een beetje belangenverstrengeling.“ Deze wijsheden werden in een tijdstip van pakweg anderhalf minuut door commentaar Catherine Keyl de ether ingeslingerd. En wat de ingeschreven uitkeringstrekkers betreft: “…en wij maar betalinggeld betalen” (of woorden van gelijke strekking). En verder leek ze ingehuurd om ‘schandalig’ te roepen (en dat deed ze dan ook een paar keer).
Gelukkig is de presentator van WNL een neutrale journalist, die lange tijd in de Telegraafstal vertoefde. Zijn vragen werden objectief ingeleid: Yolanda Sap speelt spelletjes, maar verwijt dat nu wel anderen. En “Geert Wilders is de stabiele factor, lijkt nu”. Ook weet hij dat “Pvda’ers hebben te weinig in huis om voorzitter van de MKB...” te worden.
Het item ‘Kranten’ bood een heldere blik: het echte nieuws komt van ‘De Telegraaf’; een keer werd De Volkskrant genoemd. Een enkele keer werd de bron helemaal niet genoemd.
Een ander onderwerp was het verkiezingsdebat, dat door Pauw & Witteman werd geleid. Dat debat deugde voor geen meter omdat het tweetal geen balans kon houden. Het was sowieso te eenzijdig (te weinig rechtse kandidaten, begreep ik). Een tweede commentator vond Cohen de winnaar. Dat leverde meteen luid afkeurend commentaar van de presentator en Keyl op. De tweede commentator wilde Cohen een hak zetten, maar dat mislukte want Keyl & co kakelde er veel te hard doorheen. Commentator had meteen door dat dit fout ging, maar herstelde zich knap. Door het gekakel heen hoorde ik hem roepen: “Nee, nee, wacht even. Cohen was de winnaar.” Het was de eerste keer dat Cohen niet aan het hakkelen. Je merkte duidelijk dat hij mediatraining had gehad, want hij gooide een nog een paar one-liners uit. Cohen was de eerste keer eens niet zo slecht als al die andere keren. De wijze waarop die laatste diagnose werd gesteld, maakte alles verder weer goed.
Gelukkig, zo ging de tweede commentator verder, konden de mensen uitwijken naar het voetbal of naar een programma waarin Joost Eerdmans Geert Wilders aan het woord liet. (Inderdaad, dat programma is van WNL.)
Daarna zou er nog een item over werkeloze zuipende Polen komen, maar ik moest weg. Het programma zal later te bekijken zijn op hun site (en dan kan in meteen controleren wat ik hier heb beweert).
Off-topic. Nog even over Catherine Keyl. Zij had ooit en praatprogramma. Een onderwerp ging over intimiteit. Een jong meisje, dat gast was geweest, beklaagde zich later over het feit dat ze zich door Keyl zwaar genomen voelde. In de voorbespreking werden met haar de vragen doorgenomen die aan de orde zouden komen in de live-uitzending. In de uitzendig liep het ander. De eerste vragen waren ook conform de afspraak, maar vervolgens werd haar - out of the blue - gevraagd of ze masturbeerde. Het meisje voelde zich overdonderd. Uit de voorbespreking was helemaal niet gebleken dat dit soort confronterende en prive-gevoelige vragen zouden worden gesteld. Keyl reageerde later verontwaardigd: "als je op televisie wilt, dan kun je zoiets verwachten". Wat een loeder.

Het magische oog van Leo Prick (16.2.2011)

Marcel Canoy, hoogleraar economie in Tilburg, schreef over zijn ervaringen met een student die een scriptievoorstel indiende dat op het eerste gezicht redelijk oogde, maar feitelijk uitermate warrig was, nog los van het tenenkrommende Engels.

Leo Prick, medewerker van NRC Handelsblad, weet meteen waardoor dit alles komt. "Dat sommige studenten ernstige tekorten vertonen, is niet verwonderlijk. Je kunt niet alleen met vwo, maar ook met een hbo-propedeuse naar de universiteit. In veel gevallen hebben deze hbo-studenten mbo als vooropleiding. Studenten met een hbo-propedeuse hebben niet alleen een veel smallere basis, maar ook een lager niveau. Hun studieresultaten blijven mijlenver achter bij die van vwo-studenten." (NRC, 14 februari 2011) Hij kan zich niet voorstellen dat iemand met een vwo-opleiding – waar Engels een verplicht examenvak is – deze taal zo beroerd beheerst dat een veertienjarige dat lachwekkend vindt. "De student van Canoy is dus vermoedelijk via een andere weg de universiteit binnengestapt."

Analyse. Het ging dus om een student, die kennelijk wel (bijna) alle tentamens heeft gehaald, maar niet in staat i onderzoek te verrichten. Prick weet waardoor dit komt. Deze student moet wel haast van het hbo komen, want studenten met een hbo-achtergrond hebben een smallere basis en een lager niveau dn studenten met een vwo-achtergrond. M.b.t. deze redenering wil ik de volgende punten opmerken:

Eigenschappen van een groep kunnen niet zonder meer worden toegeschreven aan één individu van die groep. Los daarvan is het nog maar de vraag of studenten met een hbo-achtergrond als groep per definitie zoveel lager scoren. Cijfers die ik heb gezien, wijzen in een andere richting.

Bovendien hanteert Prick een handige immuniseringstrategie: “…ik kan me niet voorstellen…” en “…vermoedelijk…”.

Onverantwoorde hoogleraren (14.2.2011)

Rome

“Het is verbazingwekkend hoe weinig deskundigen Nederland telt die, zonder de ogen te sluiten voor de feiten, een objectieve schets kunnen geven van de situatie in de Arabische wereld”, aldus politicologe Hala Naoum Nehme (Vk, 14 februari 2011). Ze heeft met name hoogleraar Ruud Peters en Bertus Hendriks op het oog. “Academisch onverantwoord!”, schrijft de masterstudente. Peters kan of wil zich geen voorstelling maken van een islamitische staat. Beide wetenschappers “praten goed wat niet goed te praten valt, doen hun best de ogen te sluiten voor de feiten en wekken de indruk zelfgekroonde intellectuelen als Tariq Ramadan na te praten”. Tot zover de bonte reeks persoonlijke aanvallen.

Dat roept de vraag op welke argumentatie Nehme hanteert. Het ongelijk van Peters en Hendriks moet blijken uit de volgende overwegingen:

1. 1. Er zijn twee landen (Iran en Saouda-Arabië) die een blauwdruk van de islamitische staat bieden. Dit analogie-argument is vooralsnog niet sterk, want Nehme poneert slechts een analogie, maar geeft geen andere argumenten waaruit blijkt dat die analogie ook relevant is voor de situatie in Egypte.

2. 2. Er zijn wetenschappers die een andere mening hebben dan Peters & Hendriks. Nehem wijst op Vidino (hoogleraar Harvard), Aclimandos (College de France) en Rashwan (die geen nadere toelichting krijgt). Ook dit argument is niet sterk. In elke wetenschap is het gebruikelijk dat er een verschil van mening is over (talloze) zaken. Met het aanhalen van de drie mensen is hooguit bewezen dat men er ook anders over kan denken.

3. 3. Vidono vond een document uit 1982 van een donateur van het Broederschap. In dit document stond een strategie om de komende 100 jaar een islamitische staat op aarde te zetten. Om te bepalen hoe invloedrijk dat 29 jaar oude document is, moet men de status kunnen duiden. Nehme verwijst enkel naar het document, maar van een nadere duiding is geen sprake.

4. 4. Verder verschillen de Arabische en de in het Engels vertaalde website van elkaar. Het origineel, de Arabische, is veel gewelddadiger blijkens de slogan en het logo. Onduidelijk is in welke mate deze verschillen iets zeggen over het – te verwachten – handelen.

5. 5. De Broedershap bestaat uit radicalen, pragmatisten en dissidenten. De eersten hebben de overhand, poneert Nehme. Ook dit argument is onvoldoende sterk om de conclusie te ondersteunen dat de Broederschap gevaarlijk is. Nehme zal moeten aantonen dat de pragmatisten en dissidenten niet voldoende sterk zijn om de radicalen af te remmen.

6. 6. De Palestijnse tak van de Broederschap staat op de EU-terreurlijst van verboden organisaties. Ook dit is geen sterk argument, want het feit dat de Egyptische tak niet op die lijst voorkomt, spreekt dan ook weer voor die tak.

7. 7. Bovendien hanteert Nehme een argumentum ad consequentiam: de beide wetenschappers moeten hun mond houden, want hun analyse kan misbruikt worden. Dat geldt voor een hele reeks van standpunten.

Als we de argumenten op een rij zetten, dan zijn geen van de argumenten steekhoudend genoeg om de conclusie van haar betoog te ondersteunen. Argument 2, 6 en 7 leiden sowieso niet tot de conclusie dat het Broederschap gevaarlijk is. Argument 1, 3, 4 en 5 ondersteunen in hun huidige vorm de conclusie niet, maar dienen een nadere toelichting te krijgen.

PVV & het argument met de stok (11.2.2011)

Oxford University / Christ Church College

Een docent op de verkiezingslijst voor de PVV in Friesland was het doelwit van actievoerders die een 'lawaaidemonstratie' hielden voor het Marne College in Bolsward. Het was de eerste keer dat demonstranten zich richtten tegen een PVV'er in een maatschappelijke functie.

Volgens de actiegroep, AFA Fryslân genaamd, hebben leerlingen moeite met docent Jelle Hiemstra, vierde op de lijst voor de provinciale statenverkiezingen: 'Ze vinden het onaanvaardbaar dat iemand met een extremistische politieke ideologie lesgeeft aan jongeren.' Maar rector Klaas Wiebe van der Hoek heeft nooit klachten over de docent gehad.

Analyse. Dit neigt sterk naar het argument met de stok. Weliswaar wordt er geen geweld gebruikt om een standpunt de kop in te drukken, maar ook het intimiderende karakter van een lawaaidemonstratie kan die werking hebben.

Goochelen met cijfers (10.2.2011)

Praag

Minister Verhagen gaat 1,5 miljard euro investeren. In 2015 wordt dit bedrag verdeeld over negen topsectoren. Critici stellen dat hier sprake is van een rekenkundige truc. Het geld wordt gewoon elders weggehaald. Zo is 300 miljoen afkomstig uit ontwikkelingssamenwerking. Een ander deel komt van de onderzoekscentra als TNO en NWO. Kortom, het is eigenlijk een schuiven met subsidiepotjes. Los daarvan zijn de categorieën zo ruim dat bijna elke ondernemingen wel binnen een categorie van.

Het goochelen met cijfers kom ik voortdurend tegen. De gemeente waar ik woon, stelt bij de voorlaatste gemeenteraadsverkiezingen dat de WOZ-belasting niet zou stijgen (tenzij het niet anders kan). Vier maanden later kon het kennelijk niet anders, want de belasting werd verhoogd. Mijn huis zou volgens de gemeente in de afgelopen 20 jaar 490% meer waard zijn geworden. In de periode 1998-2010 steeg de waarde met 297%. Dat is beduidend meer dan de energiebelasting op elektriciteit: die steeg in de periode 2007-2010 ‘slechts’ met 190%. De prijs voor de elektriciteit steeg in de periode 2007-2010 met 13%. Bescheiden stijgingen zag ik onder meer bij de watermaatschappij: de vaste vergoeding stijgt t.o.v. van vorig jaar met meer dan 30%. De waterschapsheffing steeg in de periode 2004-2010 met 13% procent. De belasting op leidingwater steeg in de periode 2006-2011 met 7,5%. Overigens betaalt die burger over die belasting ook nog btw. Er komt dan 6% bij.
In de ‘officiële’ berichten kom ik dit soort getallen niet tegen. Het lijkt alsof het om zeer beperkte verhoging gaat. Daarnaast veranderen de labels voortdurend, waardoor het niet makkelijk is wat met elkaar te vergelijken is.

Zwarte en witte scholen: een zwart wit-discussie (9.2.2011)


Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt (CDA) was te gast bij Pauw & Witteman. Het gespreksonderwerp was het standpunt van het kabinet, dat geen prioriteit meer wil geven aan het tegengaan van segregatie in het onderwijs. Bij eerdere kabinetten stond het tegengaan van zwarte scholen altijd op de agenda. Van Bijsterveldt zei in een interview in de Volkskrant dat het gaat om de kwaliteit van het onderwijs: “wit of zwart is minder belangrijk”. Volgens haar zijn veel wetenschappers ook van mening dat de kwaliteit van het onderwijs niet afhangt van kleur.

In de vragen die Witteman stelde, zat een aantal presupposities die eenvoudigweg niet kloppen. Zo stelde hij dat het handiger is om zwarte en witte scholen te mengen als je voor integratie bent. Dan leren ze, zo ging Witteman verder, ook elkaars gebruiken, achtergronden en culturen kennen. De een kan zich optrekken aan de ander en omgekeerd. “Wat is daar tegen?”, wilde Witteman weten.

Uit onderzoek blijkt namelijk het volgende. Het helpt weinig om allochtone kinderen buiten hun eigen woonwijk naar een witte school te sturen. Hun schoolprestaties verbeteren er nauwelijks door. Allochtone kinderen presteren niet anders op een zwarte school dan op een witte. Wat wel invloed heeft, is de verwachting die de leerkracht van een kind heeft. Andere onderzoekers wijzen erop dat de etnische achtergrond van de leerlingen minder belangrijk is dan de sociaal-economische.

De tolerantie neemt niet toe door gemengde scholen. Kinderen, zo blijkt uit onderzoek, oordelen op gemengde scholen niet gunstiger over kinderen uit andere etnische groepen dan kinderen op homogeen witte of zwarte scholen.

Het is een misverstand dat zwarte scholen per definitie slechte scholen zijn, blijkt uit onderzoek. Op gemengde scholen (met 25 tot 75 procent allochtone leerlingen) presteren leerlingen minder in rekenen en taal dan leerlingen van 'puur' zwarte of witte scholen. Zwarte scholen doen het dus beter dan gemengde, al zijn de effecten niet groot.

Het lukt zwarte scholen steeds beter om achterstanden weg te werken, zie het feit dat scholen met meer dan 75 procent allochtone leerlingen zelfs op het gebied van taal een grotere leerwinst boeken dan scholen met minder allochtonen.

Attendering (8.2.2011)

Peter van Koppen, Overtuigend bewijs. Indammen van rechterlijke dwalingen. Amsterdam

In strafzaken is schuld of onschuld soms moeilijk vast te stellen. Het bewijs is vaak tegenstrijdig, en er wordt weinig of geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte onschuldig is, zéker wanneer deze heeft bekend het delict te hebben gepleegd. Volgens de wet mag de rechter veroordelen als hij op grond van wettige bewijsmiddelen overtuigd is geraakt van de schuld van de verdachte. Dat is een wel erg magere aanwijzing.
In dit boek legt rechtspsycholoog Peter van Koppen uit hoe de beslissing over de schuld van de verdachte wél verantwoord kan worden genomen. Gelardeerd met vele voorbeelden uit recente Nederlandse strafzaken maakt hij duidelijk welk bewijs stevig en welk zwak is. Ook zet hij uiteen hoe schuldige en onschuldige scenario’s geformuleerd kunnen worden en tegen elkaar afgewogen. Beslissingen in strafzaken kunnen zo naar een wetenschappelijk niveau worden getild. Daarmee is Overtuigend bewijs een onmisbaar boek voor iedereen met belangstelling voor zaken van juridisch en maatschappelijk belang.

Verhagen: de grootste denker van het CDA (7.2.2011)

De grootste denker van het CDA? Volgens Ellian is dat niet Klink, want die verkondigt “veel onzin” (Elsevier). Een groot denker is volgens hem een politieke leider die met zijn opvattingen en kwaliteit een machtscentrum met anderen kan creëren. “Want om zo’n machtscentrum in een democratisch systeem te kunnen scheppen, dient men over de kwaliteiten te beschikken om anderen van zijn of haar gedachten te overtuigen. Verhagen overtuigde niet alleen de VVD en PVV, maar ook 68 procent van zijn partij. Zo vormde hij een macht. En zo werkt de machtsvorming in de democratie. Maxime Verhagen is daarom de grootste denker en politicus van het CDA in de afgelopen jaren.”
Maar de kiezer denkt daar toch echt anders over. In oktober 2010 vond de Nederlandse burger Verhagen de minst betrouwbare minister. Op een schaal van 10 scoorde hij een 5.7. Drie maanden later scoorde hij nog slechter: 5.3. En Verhagen weet met al zijn overtuigingskracht in elk geval niet zijn kiezers vast te houden. Voor wat de voorspelling waard is: van de 21 Kamerzetels zijn er nog maar 15 over.

Updata feb. 2012: Interessant is ook de analyse van Hoedeman en Du Pre in de Volkskrant naar aanleiding van Verhagens besluit - januari 2012 - om het lijsttrekkerschap niet meer te continueren:
"De reacties spraken woensdag boekdelen: alom spraken CDA'ers hun waardering uit voor Verhagen en alom werd hij geroemd om de 'moed' die nodig is om op deze manier plaats te maken. Maar niemand zei dat het jammer is voor de partij.
De terugtrekkende beweging van Maxime Verhagen kwam woensdag voor velen onverwacht, maar het moment is wel degelijk strategisch gekozen: januari 2012 moet de maand worden van de wederopstanding der christen-democraten. Ze willen de loodzware last van de afgelopen twee jaar van zich af schudden en met opgeheven hoofd het nieuwe jaar in. Het stapje opzij dat Verhagen zet, moet de partij daarbij helpen. De nieuwe strategische koers, die later deze maand bekend wordt, is de volgende stap in het genezingsproces. Een proces dat hard nodig is. De partij staat historisch laag in de peilingen en worstelt met de gedoogconstructie. Extra wrang is dat VVD en PVV in diezelfde peilingen wel worden beloond. (...) Eén schaduw hing tot gisteren nog over die gedroomde nieuwe eensgezindheid: Maxime Verhagen, het symbool van de samenwerking met de PVV, en als zodanig uitgegroeid tot splijtzwam. Nu hij zijn aanspraken op het leiderschap laat varen, is de weg definitief vrij voor nieuw bloed." (Vk, 5 januari 2012)

Verhagen heeft inmiddels (april 2012) aangekondigd dat hij de politiek verlaat. De reden is dat zijn positie dermate veel verdeeldheid oproept, dat hij daarmee het CDA schaadt. Volgens de Politieke Barometer zou het CDA uitkomen op een historisch dieptepunt van 12 zetels.

Nout vs. Sweder (4.2.2011)

Prof. Sweder van Wijnbergen heeft geen hoge pet op van de president van de Nederlandse bank, Nout Wellink (NRC, 2 feb. 2011). Die laatste moet wat Van Wijnbergen betreft maar opstappen. Wellink stuurde een briefje: “Beste Sweder, Ik heb je verhaal in Het Parool gelezen. Bijna elke alinea bevat feitelijke onjuistheden. Je frustraties zijn het geleidelijk gaan winnen van je intellect. Daarom moeten ze wel groot zijn. Met vriendelijke groet, Nout.”

Analyse. Terecht merkte Van Wijnbergen op dat Wellink in zijn brief niet uitlegt wat er feitelijk onjuist is aan zijn uitspraken. Wellink bezondigt zich aan een persoonlijke aanval.

Prick en (zeer) zwakke hoogleraren (3.2.2011)

De Groningse schooldirecteur Godlieb heeft kritiek op de inspectie. Die kijkt enkel naar taal en rekenen en bij de beoordeling van scholen wordt te weinig rekening gehouden met de achtergrond van de leerlingen. Godlieb: “Onderzoek toont dat 80 procent van de succesfactoren buiten de invloed liggen van de school. Het grootste deel van de rest is de kwaliteit van de leerkracht. Als je die goed opleidt en al dat wantrouwen verdwijnt, komen passie en enthousiasme terug.”

NRC-redacteur Prick meent dat de vaak gebrekkige resultaten van scholen in het Noorden een andere verklaring verdienen (NRC, 2.2.2011). Het is een kwestie van gebrek aan concurrentie. Het bewijs voor deze stelling is als volgt: “Onlangs zat Hans Laroes, die per 1 juli vertrekt als hoofdredacteur van het NOS-journaal, aan tafel bij Pauw & Witteman. Hem werd gevraagd hoe te verklaren dat de kwaliteit van het NOS Journaal de afgelopen jaren aanzienlijk zou zijn verbeterd. Dat was, aldus Laroes, te danken aan de concurrentie met RTL Nieuws. Als monopolist word je nu eenmaal gemakzuchtig, daar valt moeilijk aan te ontkomen. Wat voor een nieuwsrubriek geldt, geldt ook voor andere sectoren, zoals het onderwijs. Als daar, zoals op het platteland in het Noorden, concurrentie ontbreekt, wordt het achterblijven van goede resultaten uit gemakzucht toegeschreven aan externe factoren zoals het gebrek aan intelligentie bij de leerlingen en de achtergrond van de ouders.”

Van het feit dat Godlieb in zijn actie gesteund wordt door een aantal hoogleraren en andere wetenschappers, is Prick niet onder de indruk: “Voor die beroepsgroep geldt hetzelfde als voor de basisscholen: ook daaronder vind je er die als zwak of zeer zwak moeten worden bestempeld.”

Analyse. Prick wuift de expertise van de hoogleraren, die Godliebs acties ondersteunen, erg makkelijk weg. Er zijn zwakke en zelfs zeer zwakke hoogleraren, aldus Prick. De presuppositie is dat zwakke en zeer zwakke hoogleraren de actie van Godlieb ondersteunen. Maar op basis van deze presuppositie kunnen we elk wetenschappelijk verschil zonder nadere argumentatie beslechten door eenvoudigweg te stellen dat een wetenschapper die een bepaald standpunt onderschrijft, een intellectueel tekort heeft.

Berlusconi e le conseguenze dell'amore (2.2.2011)

Berlusconi telefonato a Gad Lerner, un giornalista di La7, e insultato Lerner. Egli ha detto: “Mi hanno chiamato invitandomi a sintonizzarmi sull’Infedele, sto vedendo una trasmissione disgustosa, una conduzione spregevole, turpe, ripugnante. Ho sentito delle tesi false, lontane dalla.”

È soltanto un ‘argumentum ad hominem’.

Kinneging vs. Drayer (1.2.2011)

Het feminisme beweegt zich van het gelijkheidsdenken richting het differentiedenken. Prof. Kinneging vindt het gelijkheidsfeminisme achterhaald, maar journaliste Drayer vindt dat de differentiefeministen de vrouwenzaak verkwanselen omdat ze zich voegen naar wat Kinneging 'de vrouwelijke natuur' noemt. In Trouw (Letter& Geest, 29.1.2011) discussiëren ze over ‘de schade van het feminisme’. Hieronder een deel van die discussie:

Kinneging: ,,De differentiedenkers zijn interessanter."

Drayer: ,,Natuurlijk, die komen jou veel beter te pas, dat begrijp ik."

Kinneging: ,,Dat is een verdachtmaking. Ik heb het over feiten."

Drayer: ,,O ja, natuurlijk."

Kinneging: ,,Ik maakt jou ook niet verdacht."

Drayer: ,,Nee, je vindt me een mastodont, maar je doet niet aan verdachtmakingen mee."

Kinneging: ,,Ik denk dat Elma geïndoctrineerd is door de jaren zeventig."

Drayer: ,,Andreas ziet zichzelf als een zelfstandig denker. Autonoom. Ik ben enorm beïnvloed door de tijdgeest."

Kinneging: ,,Dat vind ik echt." Hij betitelt Drayers streven in een tijd 'waarin de wetenschap inmiddels verder is' als een 'achterhoedegevecht'. Typisch voor de hoofdstad, waar Drayer woont. Kinneging: ,,Daar heb ik vaak bij lezingen het gevoel dat ik veertig jaar terug in de tijd ga. In de rest van het land heerst een andere atmosfeer. Als in Amsterdam kom, denk ik: Hé, dat ken ik van vroeger. En het bestaat nog stééds!"

Analyse. Zowel Kinneging als Drayer bezondigen zich aan een persoonlijke aanval. Kinneging is volgens Drayer alleen maar gecharmeerd van de differentiedenkers, omdat die theorie hem beter uitkomt; Drayer is in de ogen van Kinneging “geïndoctrineerd door de jaren zeventig”. Op deze wijze hoef je elkaars argumenten niet meer serieus te nemen.