Hoe schrijf ik een recensie in 5 minuten (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 3)

Op de persoon spelen, een favoriete bezigheid van media-intellectuelen


We gaan nu een Bleichje doen. Ik heb haar column overgenomen en enkel de namen gewijzigd. Binnen vijf minuten was ik klaar. Wie een recensie in vijf minuten wil schrijven, hoeft alleen maar de schuingedrukte woorden aan te passen. Een kind kan de was doen.

Een halve eeuw geleden beklemtoonde Charles de Gaulle de noodzaak van een eigen Franse atoommacht (de force de frappe) met het argument dat Frankrijk zich naar alle kanten moest kunnen verdedigen: une défense tous azimuts. Niet alleen tegen de Sovjets, maar zonodig ook tegen de Amerikanen of de Duitsers. De recensie van Bleich van het boek het Arnold Heertje-effect van filosoof en rechtspsycholoog Ron Ritzen roept een sterke associatie op met dat 'tous azimuts'.
Ook Anet Bleich heeft de oorlog verklaard, aan Ron Ritzen. Zij heeft zich ten doel gesteld het gebrek aan goede argumenten te ontmaskeren van Ritzen.
Dat een betrekkelijk bekende publicist als Bleich het aandurft om Ritzen op de korrel te nemen, vind ik getuigen van een aansprekend soort dwarsigheid.
Maar al is de intentie te prijzen, de uitwerking is een droeve mislukking. Haar grootste bête noire is de filosoof Ritzen. Zij is met de auteur in aanvaring geweest over de kwaliteit van media-intellectuelen.* Laat Bleich nu toevallig zo’n media-intellectueel zijn. Het lijkt** een persoonlijke afrekening.
En wat bezielt iemand om de immer genuanceerde Ritzen af te schilderen als een schrijver van een droeve mislukking? Geen slechte oneliner. Maar die mogen toch niet in de plaats van argumenten komen.
Nog een kleine toelichting:
*) Of dat waar is, doet er niet toe. Bleich kwam er ook mee weg.
**) 'Lijkt' is altijd handig. Mocht iemand dat in twijfel trekken, dan kun je altijd zeggen dat je alleen maar hebt geschreven dat het 'lijkt'.

Irrationaliteit als uitgangspunt (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 2)

Hokjesdenken

In de recensie in de Volkskrant verkondigde Bleich, zoals gezegd, een fiks aantal onjuistheden over mijn boek. Het leek me wenselijk een en ander te corrigeren en daarom ik stuurde een briefje naar de Volkskrant. Mijn kanttekeningen: mijn boek ging helemaal niet over columnisten; ik heb geen aanvaring met Heertje over de juridische opleiding; ik gebruik wel degelijk argumenten om te bewijzen dat de argumentatie van Truijens niet deugt. (Vooral dat laatste lijkt me nog al fundamenteel als een boek over argumenten gaat.)

Wel, de Volkskrant vindt dat alles niet van belang. Nu is het buitengewoon naïef te veronderstellen dat mijn correctie zin heeft. Elk weerwoord van mijn kant is en blijft per definitie verdacht. En wat kun je verder verwachten als iemand zo irrationeel denkt en schrijft als Bleich.

En bovendien moet ik niet zeuren. Want Bleichs recensie belichaamt precies mijn bezwaren tegen media-intellectuelen. Ze leverde geen enkele inhoudelijke kritiek. Sterker nog, ze vertoonde al trucjes van de media-intellectuelen: val een andersdenkende persoonlijk aan; maak zijn motieven verdacht en breng alle complexiteit terug tot een hapklare mediabrok. En vooral géén inhoudelijke analyse, want dan moet je toch met (een paar) argumenten komen. Precies mijn verwijt aan Heertje en de andere intellectuelen.

Wat ik verder opvallend vind, is dat Bleich – en zij is helaas niet de enige - niet in de gaten heeft dat het bij informele logica niet om inhoudelijke standpunten gaat, maar om de argumentaties die ten grondslag liggen aan die inhoudelijke standpunten. Dat is op z’n minst merkwaardig.

Oei, wat was ze boos (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 1)

Wat bezielt iemand om de immer genuanceerde Aleid Truijens af te schilderen als een representant van ‘Geen Stijl voor veertig plus’?”, brieste Anet Bleich in de Volkskrant (16 april 2011). Bleich, die ik overigens in mijn boek bekritiseer vanwege haar belabberde argumentatie (zie p. 118), mocht in de Volkskrant afrekenen met mijn boek: “een droeve mislukking”.
Normaal gesproken moet ik een tekst analyseren om te laten zien in welke passages de drogredenen verpakt zitten. In de recensie van Bleich is de drogreden echter tot uitgangpunt verheven en dat is op zichzelf wel weer origineel. Maar dat compenseert helaas niet de opeenhoping van de aaneengeregen reeks onzinnigheden.
Zelfs bij de titel van de recensie, ‘Tegen columnisten’, gaat het al meteen fout. Columnisten? Tja, daar ging het boek dus niet over. Het gaat over intellectuelen die vaak in de media en het publieke debat domineren. Ze verschijnen in ‘De Wereld Draait Door’, in ‘Het Buitenhof’, in ‘Pauw & Witteman’ en, inderdaad, een aantal schrijft ook columns. Kennelijk was dit detail - het onderwerp van het boek – Bleich enigszins ontgaan. (Maar ze jokt wel vaker, naar het schijnt.)
In de openingsalinea kwam Bleich aanzetten met De Gaulle, die een halve eeuw geleden een pleidooi hield voor een zelfstandige Franse atoommacht. Uhh, ja… wat moet ik over dit omgevallen-boekenkast-weetje zeggen, behalve dan dat deze wijsheid meer dan een kwart van de recensie besloeg? Volgens Bleich roept het pleidooi om zich tegen iedereen te verdedigen een sterke associatie op met mijn boek. Nu weet ik niet wat er in Bleichs hoofd allemaal bij en met elkaar geassocieerd wordt, maar na de eerste alinea was ik in elk geval het spoor al volledig bijster. Ik analyseer argumentaties aan de hand van logica, zoals ik letterlijk op de eerste pagina van het boek schrijf, maar volgens Bleich ben ik mij kennelijk aan het verdedigen of zoiets. Tegen wie eigenlijk? Of wat?
De recensie werd steeds wonderlijker. In de tweede alinea probeerde Bleich het boek in een politiek moeras te duwen. Ik zou de oorlog hebben verklaard aan columnisten (?) uit alle politieke richtingen. Alle politieke richtingen? Dit is een volstrekt irrelevante opmerking, die bovendien ook nog eens onwaar is. Irrelevant, want de politieke signatuur van de lieden die ik bespreek, is mij werkelijk om het even. Het boek gaat over argumentaties. Het gaat om opinieleiders die luid en duidelijk in de media hoorbaar zijn. Dat is het criterium. Maar bovendien is de opmerking ook nog onjuist. Ellian zit (neem ik aan) op de rechterflank en Kluun gaat op de spirituele toer, maar voor de rest zijn de hoofdpersonen toch allemaal linkse vrindjes van Bleich. Of ze behoren tot haar politiek verwante kliekje. Niks alle politieke richtingen.
Maar goed, nadat ik ineens met De Gaulle op schoot zat, bleek ik vervolgens een aanvaring te hebben gehad met Heertje over de kwaliteit van juridische opleidingen. “Laat Ritzen nu toevallig rechtspsychologie doceren aan een hogeschool”. Dat is bijzonder interessant, alleen al vanwege het feit dat een aanvaring met Heertje over de juridische opleidingen op de een of andere merkwaardige wijze mij volledig is ontgaan. Maar al was er sprake van een persoonlijke afrekening (in pakweg 16 pagina’s), dan ligt de vraag toch tamelijk voor de hand waarom ik die andere tweehonderd pagina’s heb geschreven.
Het kan nog erger. Bleich wilde weten wat iemand “bezielt om de immer genuanceerde Aleid Truijens” te bekritiseren. Mijn eerste reactie is dan: lees hoofdstuk 9, want die gaat helemaal over de vreemde gedachtekronkels van Truijens. Het is natuurlijk ieders goed recht om het daar inhoudelijk niet mee eens te zijn, maar Bleich beweert gewoon dat er geen argumenten worden gegeven. Ik gebruik één oneliner en vervolgens krijst Bleich dat dit in de plaats komt van argumenten. Dat een heel hoofdstuk de uitwerking van die oneliner is, blijkt ze over het hoofd te hebben gezien.
Als het boek echt zo’n droeve mislukking is, moet het toch niet erg moeilijk zijn om uit de vijver van pakweg driehonderd kritiekpunten op de media-intellectuelen er ééntje uit te vissen en inhoudelijk aan te tonen dat mijn kritiek niet deugt. Bijvoorbeeld waarom een zekere Anet Bleich in de discussie met Zwagerman de plank niet volledig missloeg. Maar daar had Bleich dus duidelijk geen zin in. Ze ging enkel voor de persoonlijke aanval. En zelfs in de laatste alinea perste ze nog even snel een drogreden uit haar pen met een pot-verwijt-de-ketel-argument.
Mijn boek is een analyse van betogen van intellectuelen waarin voortdurend op de man wordt gespeeld en de feiten worden verdraaid. Hoe ironisch! Mijn boek wordt besproken door iemand die louter op de man speelt en de feiten verdraait.
De kern van het boek is dat deze intellectuelen het publieke debat blokkeren (p. 35), maar voor Bleich is dat allemaal geen belangrijke informatie. Van de 257 woorden, die de recensie telde, gingen er welgeteld 56 over de inhoud van het boek. De rest van haar recensie ging over De Gaulle en probeerde zij mijn zielenleven te analyseren. Is Bleich een recensent of een therapeut? Ik vrees dat ze op alle fronten dan een mislukking is.

De retorisch sterke blunder van Moskowicz


Moskowicz noemde in het Wilders-proces getuige Hendriks een leugenaar. Bovendien beschuldigde hij hem van meineed, omdat hij in de rechtbank iets anders zei dan in de media. Dat deed getuige-deskundige Hans Jansen ook, maar volgens Moskowicz stond Jansen onder ede. Dat is, wat (volgens de advocaat) telt.

In Pauw & Witteman (15 april 2011) wees Hendriks op deze merkwaardige inconsistentie in het betoog van de advocaat. Moskowicz reageerde door te wijzen op een politieke uitspraak van Hendriks over Hamas. Kortom, een antwoord dat kant noch wal raakte.

Analyse. Het gaat hier om twee drogredenen. De eerste is de inconsistentie in de argumentatie van Moskowicz, waarop Hendriks terecht wees. De tweede is de persoonlijke aanval aan het adres van Hendriks.

Retorisch gezien is het echter een sterke zet van Moskowicz. Zijn beschuldiging over de meineed sloeg - juridisch gezien - helemaal nergens op. Toen hij daarmee werd geconfronteerd, bracht hij een volstrekte absurditeit naar voren (in dit geval over Hamas). Met succes, want de aandacht werd in een klap verlegd.

(Experimenten uit de sociale psychologie laten zien dat dit mechanisme werkt. Enkele personen moesten iets stelen en werden daarbij betrapt door de winkelbediende. Op dat moment moesten ze dan een opmerking maken die in die context volstrekt bizar was. Het gevolg was wel dat ze de winkel moeiteloos konden verlaten.)

Sarkozix - nu is ook het tweede deel uit.

Inmiddels is het tweede deel van Sarkozix verschenen. De strip is een heerlijke parodie op Sarkozy en grossiert - net als het eerste deel - weer in een aantal zeer sterke persoonlijke aanvallen. Dit keer is Carla Bruni wat meer prominent in beeld.

Zie hier een pagina...

De effectiviteit van cel- en taakstraffen (15.4.2011)

Mijn stukje van vandaag staat in Trouw (15 april 2011) op de Podiumpagina over cel- en taakstraffen. Het is een kritiek op prof. Verhoeven, die een aantal argumentatieve blunders beging in zijn artikel, dat op 9 april in Trouw verscheen. Helaas, geen hyperlink.
Aanleiding was het kamerdebat met Lilian Helder (PVV).

Gepikeerde Heertje wenst geen spijkers met koppen te slaan

Het befaamde radioprogramma 'Spijkers met Koppen' leek het een aardig idee om met Heertje en ondergetekende te laten discussieren over het boek 'het Arnold Heertje-effect'. Zelf vond ik dat uiteraard een briljant idee.
Een paar jaar geleden beet Heertje me toe dat hij nooit met mij in een publiek debat zou gaan, dus ik was verbaasd dat Heertje er wel over na wilde denken. Maar hij wilde eerst even kijken wat ik had geschreven. Op verzoek van de redactie - neem ik aan - zou ik een boek doorsturen. Helaas had ik nog maar een exemplaar voorradig en die heb naar de redactie van 'Spijkers' gestuurd (want die toonde per slot van rekening belangstelling). Heertje stuurde ik een pdf-uitdraai van het hoofdstuk over hem. Ik stuurde ook nog even een mailtje dat het spul onderweg was.
Foute boel, zo bleek uit zijn reactie op mijn mail. Waarom dat allemaal nodig was..... Hij las geen computerbestanden... Kon me de moeite besparen. Einde verhaal.
Jammer, want het was natuurlijk leuke reclame. Maar er is ook nog andere reden, waarom Heertjes weigering te betreuren is. Heertje is normaliter de aanklager en had kennelijk geen zin om in het beklaagdenbankje te zitten (wat natuurlijk ook zijn goed recht is). Ik was oprecht benieuwd wat zijn weerwoord in die positie zou zijn.
Anderzijds moet ik natuurlijk niet zeuren. Ik verwijt hem een 'hit and run'-strategie en het feit dat hij de discussie uit de weg gaat. Dat is precies wat hier weer gebeurde.
Maar oneindig veel leuker dan een debat met hem, waren de reacties van enkele van mijn studenten op mijn boek: zie de reacties onder het stuk in Punt. Daar kunnen geen vijftig Heertjes tegenop.