Prof. Loonstein & het argumentum ad Hitlerum

Prof. Herman Loonstein in K&B (16.6.11): “Als het niet bewezen dierenleed waarover deskundigen in ernstige mate van mening verschillen, moet prevaleren boven het door joden ongestoord in Nederland kunnen blijven wonen, dan is dat een zwarte bladzijde in de geschiedenis van dit land. Dan zal hetgeen zestig jaar geleden niet gelukt is – het doen verdwijnen van de Joodse gemeenschap uit Nederland - binnenkort een feit zijn.” Hij vertolkte slechts, zei hij, wat leeft anno 2011 in de Joodse gemeenschap.
De vergelijking was ook geen vondst van hem. De dierenbescherming gebruikte die vergelijking ook al na de oorlog; in 1980 werd de link gelegd en nu legde Thieme zelf het verband door te stellen dat in de oorlog bedwelmd slachten ook was toegestaan.
Analyse. Dit is een voorbeeld van een argumentum ad Hitlerum (ook wel: reductio ad Hitlerum): door de argumenten te associëren met Hilter, probeert men die argumenten in diskrediet te brengen, enkel door de associatie.
Dat er binnen de Joodse kring zo gedacht wordt en dat anderen dat verband ook al gelegd hebben, doet niets af aan het gegeven dat dit type argumentatie het debat in de kiem smoort. Dat Loonstein slechts vertolkt wat er in de Joodse gemeenschap leeft, is evenmin een adequate rechtvaardiging. Prof. Loonstein kan, naar ik aanneem, ook zelf nadenken. 

Net verschenen....

Het hbo wordt kenmerkt door onterecht uitgedeelde diploma’s, structurele fraude met overheidsgelden en een bestuurlijke graaicultuur. Kortom: het hbo is failliet! Dat lijkt de conclusie na de stroom van media-aandacht waarin het hbo zich voorjaar 2011 mocht verheugen. Kranten, tijdschriften en televisieprogramma’s buitelden over elkaar heen om de wantoestanden in het hbo aan de kaak te stellen. Een stoet van deskundigen trok voorbij om het geschetste beeld kracht bij te zetten. Volgens de auteurs is er inmiddels sprake van een media-hype.

In deze hype zien we vooral foutieve interpretaties van onderzoeken, gegoochel met cijfers en overhaaste generaliseringen. In dit boek reconstrueren de auteurs op welke wijze deze media-hype heeft kunnen ontstaan. Vier krachtige frames komen samen en leiden zo tot het idee dat het hbo niet deugt.

O.m. te verkrijgen bij Unibook (13.00 euro)

Open gezwatel van Wynia

‘Open gezwatel’ was de titel van een column waarin Syp Wynia, een journalist uit de Elsevier-stal, het recente rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) besprak (Elsevier, 18 juni 2011). Hoewel, ‘bespreken’ is eigenlijk een te groot woord, want feitelijk bestond de column van Wynia uit een fiks aantal merkwaardige verwijten. Hij viel over het gebruik van ‘de open samenleving’. Dat mocht niet van Wynia, want hij vond dit stelen. “Het begrip ‘open samenleving’ is ten tijde van de laatste wereldoorlog ontwikkeld door de filosoof Karl Popper. (…) Frissen en zijn kornuiten stelen het begrip van Popper en maken er een eigen brouwsel van dat ze inzetten om hun redeneringen een soort van ideologische onderbouwing te geven”. Dit verwijt raakt kant noch wal. De auteurs verwijzen niet eens naar Popper en los daarvan mogen ze termen gebruiken die anderen (in dit geval dus Popper) elders ook gebruiken. Van stelen is dus geen sprake. Wynia zegt dit onbedoeld ook, want hij verwijt de auteurs dat ze van dat begrip een eigen brouwsel maken.
Vervolgens ontspoorde het betoog van Wynia helemaal. Het advies van de Raad werd eenvoudig weggezet als “wetenschappelijke waanzin”. En de columnist ontpopte zich als therapeut en diagnosticeerde vrolijk dat de Raad een hekel zou hebben aan een min of meer homogene samenleving.
Maar de retorische trucjes van Wynia lagen er wel heel erg dik bovenop: “Laten we daar nu eens nuchter naar kijken”, was er een van. Zou iemand daar nog intrappen?

Grunberg is een bebrilde cavia

“Waarom wij het vermogen hebben om logisch na te denken”, wilde Arnon Grunberg (eigenlijk niet) weten, (want hij gaf zelf het antwoord: “opdat wij onderscheid kunnen maken tussen wat waar en niet waar is”.)
Helaas is Grunberg dan aan het verkeerde adres. In het logisch denken gaat het niet om de vraag of iets waar is. Het gaat om de geldigheid van een redenering.
De volgende redenering is logisch:
1. Als ik met mijn linker pink in mijn rechter oor boor, dan verandert Grunberg in een cavia.
2. Ik boor met mijn linker pink in mijn rechteroor.
3. Conclusie: Grunberg verandert in een cavia.
Deze redenering is logisch geldig, maar ik verwacht niet dat er na mijn door Grunberg gevreesde actie in werkelijkheid ergens een (bebrilde?) cavia rondloopt, waarin wij de vroege schrijver Grunberg kunnen herkennen.
Ik kan Grunberg dan ook geruststellen, want waar ik mijn vinger ook insteek, een Kafkaiaanse metamorfose richting cavia zit er niet in. Zoals gezegd, bij logisch denken gaat het niet om waarheid. Bij Grunberg overigens ook niet.

Interview over het 'Arnold Heertje-effect'

Luister hier naar het interview op Radio Brabant (zaterdag, 10 juni om 12.00)

Broodje aap & de sharia

Zie hier een sterk stuk op Sargasso.