Donners catch 22 in de SGP

.
Door Rob Kooijman
In een brief aan minister Donner schreef het SGP-bestuur dat er met betrekking tot de kandidaatstelling namens de partij voor politieke functies geen formele belemmeringen voor vrouwen zijn.



Donner: “Ik constateer, nu er geen formele belemmeringen voor vrouwen zijn -- dat heb ik vastgesteld -- er dus alleen maar praktische belemmeringen voor vrouwen zijn. Die zitten vast op het feit dat vrouwen die kandidaat zijn het beginselprogramma zouden moeten onderschrijven waarmee ze tegelijkertijd aangeven dat ze geen kandidaat zouden moeten zijn. Dat is de catch 22-situatie die hierin zit. Als het beginselprogramma inhoudt dat ze niet moeten doen, wat u schrijft dat ze wel moeten doen, gedragen ze zich dus in strijd met het beginselprogramma. Dat vind ik niet het onderschrijven van een beginselprogramma. Dat is toch hetzelfde als wanneer de SP een neoliberaal zou kandideren en dan zou zeggen dat het niet in strijd met haar beginselen is? Hij draagt weliswaar iets totaal anders uit, hij is wat anders, maar hij is wel kandidaat. Daar hebben we het over.”

Vreemd, lijkt mij dat, een formele belemmering die een praktische belemmering oplevert voor vrouwen, maar geen formele belemmering voor vrouwen is. De formele regels van een vereniging bepalen immers het praktische functioneren van de leden van de vereniging; het zijn geformaliseerde juridisch bindende gedragsregels. Uit een eenvoudig bewijs uit het ongerijmde volgt dat een formele belemmering die geen formele belemmering voor vrouwen is, geen praktische belemmering voor vrouwen oplevert. Van een catch 22-situatie is daarom in de SGP geen sprake. Een (alledaags) voorbeeld van een catch 22-situatie is de situatie, na het verlaten van school, waarin men zonder werkervaring geen baan krijgt en men zonder baan geen werkervaring opdoet.

Een formele belemmering die het SGP-bestuur noemt is de volgende. Bij de beoordeling van kandidaten namens de SGP voor polliteke functies dus, zoekt de SGP naar leden die het vrouwenstandpunt onderschrijven. Het vrouwenstandpunt, dat in het beginselprogramma van de SGP is opgenomen, is de opvatting dat politieke functies, en daarmee het recht om voor die functies kandidaat te zijn – het zogeheten “passief kiesrecht”, op Bijbelse gronden in strijd is met de roeping van de vrouw. Stel, dat een vrouw kandidaat is en dat haar kandidaat-zijn door het SGP-bestuur wordt gezien als dat deze vrouw dan niet het vrouwenstandpunt onderschrijft – begrijpelijk, want zij gedraagt zich door kandidaat te zijn niet in overeenstemming met de opvatting van de SGP over de vrouw. Het onderschrijven van het vrouwenstandpunt zou dan een formele belemmering zijn voor vrouwen om kandidaat te zijn - was die formele belemmering er niet, dan kunnen vrouwen kandidaat zijn. Maar het bestuur zegt dat dit niet zo is: het gestelde levert een ongerijmdheid op. Als een vrouw kandidaat is dan, wordt haar kandidaat-zijn door het SGP-bestuur kennelijk niet gezien als dat die vrouw het vrouwenstandpunt niet onderschrijft. Hetzelfde bewijs uit het ongerijmde kan worden gebruikt voor de formele belemmeringen dat kandidaten het vrouwenstandpunt moeten “uitdragen” en “beginselgetrouw” en “geschikt” moeten zijn.


Vrouwen die het beginselprogramma onderschrijven, geven aan dat ze van opvatting zijn dat kandidaat-zijn in strijd is met de roeping van de vrouw. Het geeft niet aan dat hun gedrag daarmee in overeenstemming moet zijn. Daarom is op grond van de brief van het SGP-bestuur geen catch 22-situatie in de SGP. De verplichting tot onderschrijven is een goede garantie dat de kandidaat de opvatting van de SGP over de vrouw als kandidaat in gesproken en geschreven woord verkondigt, en blijft verkondigen als de kandidaat door het electoraat verkozen wordt voor een politieke functie.


Als een vrouw kandidaat is dan gedraagt zij zich door kandidaat te zijn niet in overeenstemming met, niet naar het vrouwenstandpunt. Is het opmerkelijk dat het SGP-bestuur dit niet als belemmering ziet? Niet als je de rechterlijke uitspraak leest: “De SGP zal ook na gedwongen toekenning van het recht op kandidaatstelling aan vrouwen ten volle de mogelijkheid hebben het vrouwenstandpunt te verkondigen in het parlement. Van de SGP wordt slechts gevergd dat, zolang de SGP die opvatting heeft, de SGP zich niet naar die opvatting gedraagt.” Vrouwen in de SGP gedragen zich als kandidaat in strijd met de opvatting over de vrouw. Dat zij dat kunnen wordt van de SGP gevergd.


De situatie is niet hetzelfde als met de SP die een neoliberaal zou kandideren. Een neoliberaal verkondigt, neem ik aan, niet de SP-opvattingen over het neoliberalisme. Bovendien wordt van de SP niet gevergd in strijd met de SP-beginselen neoliberalen die zich ook naar het neoliberalisme gedragen – bedenkt u maar wat - het recht op kandidaatstelling namens de SP toe te kennen. Dat neoliberalen kandidaat voor de SP kunnen zijn wordt niet van de SP gevergd.


Rob Kooijman