Jensma, Marbe & sharia

“Parallelle rechtssystemen kunnen heel goed bestaan, zolang ze binnen de grenzen van het heersende recht blijven. Sterker nog, ze bestaan ook. En de grenzen worden ook goed bewaakt. Nederland kent al rabbinale rechtbanken voor joden en canonieke rechtbanken voor katholieken. Deelname is net zo vrijwillig als het geloof dat erbij hoort”, aldus Folkert Jensma in het NRC (16 juni 2012). “Een ‘parallel rechtssysteem’ op religieuze gronden wordt door de rechter dus grondig aan banden gelegd. De moslim die hier een religieuze scheiding weigerde, gedroeg zich volgens de rechter in 2011 ‘in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer van hem kan worden gevergd’. Hij werd gevangen met de catch all van het Nederlandse recht – de onrechtmatigheid.”
Volgens Marbe koestert Jensma al opiniërend in NRC Handelsblad dit romantische beeld van grotendeels onschuldige folklore. “Met vrijheid van religie hebben deze dubieuze praktijken niets te maken. Soelaas bieden ze aan hen die al macht hebben over anderen. Bovendien ondersteunt religieuze arbitrage vaak het wantrouwen jegens de staat en zijn instituties. Het is naïef te stellen dat de westerse rechtsstaat opgewassen is tegen religieuze raden en dat het nationale recht zal zegevieren als religieuze arbitrage burgers onrecht doet. Het is even naïef om te stellen dat deze arbitrage enkel volwassenen treft die zich er vrijwillig aan onderwerpen”.
Volgens Marbe is het niet de vraag is niet “waarom moslims inzake arbitrage niet mogen wat joden en christenen wel mogen. De vraag is in welke mate religieuze arbitrage tot mishandeling en andere strafbare feiten leidt en hoe de wet, de politiek en de maatschappij dat moeten tegengaan”. Marbe verwijt  Jensma dat hij een beschamend zwaktebod doet:  “het oude liedje: de zich progressief wanende intellectueel minacht het volk dat de sharia instinctief afwijst. En daarom moedigt zo'n leunstoeldenker arbitrage aan als vanzelfsprekend moslimrecht. Eventjes die Wilders-aanhang de mond snoeren. Alsof het daarom gaat. Echt monddood zijn pas de meisjes en vrouwen die niet kunnen ontkomen aan de arbitragewillekeur.”
Analyse. Marbe produceert een reeks persoonlijke aanvallen: Jensma is niet alleen naïef, maar bovendien een elitaire zichzelf progressief wanende intellectueel, die de Wilders-aanhang de mond wil snoeren. Ook die laatste toevoeging is merkwaardig, want Wilders komt in het stuk van Jensma helemaal niet voor.
Is Jensma naïef? Hij laat in zijn stuk zien wat er gebeurt als sharia botst met nationaal recht. “Vrouwen die zich vrijwillig in discriminerende relaties begeven, moeten ook door de rechter worden beschermd. Akkoord. Maar dat gebeurt dan ook, door de civiele rechter. Huwelijksdwang is geen moslimmonopolie. De rechter oordeelde sinds de jaren ’80 herhaaldelijk dat de weigering van sommige joodse mannen hun vrouw uit het religieus gesloten huwelijk los te laten onrechtmatig is. In een recent vonnis tegen een weigerende moslimman legde de civiele rechter zelfs een dwangsom van 50.000 euro op. Een ‘parallel rechtssysteem’ op religieuze gronden wordt door de rechter dus grondig aan banden gelegd. De moslim die hier een religieuze scheiding weigerde, gedroeg zich volgens de rechter in 2011 in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer van hem kan worden gevergd. Hij werd gevangen met de catch all van het Nederlandse recht – de onrechtmatigheid.”
De argumentatie van Marbe is feitelijk als volgt: (1). Jensma stelt dat ‘parallelle rechtssystemen heel goed kunnen bestaan, zolang ze binnen de grenzen van het heersende recht blijven’. (2). Marbe stelt ‘parallelle rechtssystemen kunnen niet naast elkaar bestaan, omdat die systemen niet binnen de grenzen van het heersende recht blijven’. (3). Beide auteurs geven enkele voorbeelden om hun stelling te illustreren. Als Marbe vervolgens concludeert dat Jensma dus naïef is, schiet die argumentatie grandioos tekort. Argumenteren is meer dan enkel een andere mening poneren.