Scootercrime

De Arnhemse rechtbank sprak de twee Nijmeegse scooterrijders vrij die tijdens een politieachtervolging een voetganger hadden doodgereden. Na een eerdere veroordeling door de rechtbank volgde in hoger beroep vrijspraak. Volgens de rechters was het onmogelijk om uit het bewijsmateriaal op te maken wie de scooter bestuurde. Van medeplichtigheid kon geen sprake zijn omdat de rollen niet inwisselbaar waren. Degene die achterop zat, kon niet worden verweten dat de bestuurder een voetganger had doodgereden. Volkskrantcolumniste Marbe reageerde met ongeloof: “O ironie. Meteen na het ongeluk, zo meldde een ooggetuige, schoven de criminelen elkaar de zwarte piet toe. Hij reed! Nee, hij reed! Behoorlijk inwisselbare leugens. Die nog lonen ook. Het gezond verstand staat haaks op deze vrijspraak. Een verdachte die achtervolgd wordt voor criminele activiteiten, iemand doodrijdt en in het ziekenhuis verplegend personeel bedreigt dat zich over het slachtoffer buigt, hoort lang achter de tralies. Maar de rechtspraak valt niet altijd samen met het rechtsgevoel van de burger.” (Vk, 1 juni 2012).
Een andere Volkskrantcolumnist, Rene Cuperus, wierp zich eerder op als spreekbuis van het gezonde verstand. Hij deed het oordeel van het hof af als “juridische haarkloverijen die dat daderduo vrijuit hebben laten gaan”. (Vk, 12 juni 2012) Cuperus liet zich “niet meer intimideren door het rechtsgevoel van juridisch Nederland. (…) Nooit mag de rechtsstaat de neus ophalen voor elementair rechtsgevoel.”
Analyse. Op de argumentatie van beide columnisten is behoorlijk wat af te dingen. Marbe produceert een stroman met de volgende bewering: “Een verdachte die achtervolgd wordt voor criminele activiteiten, iemand doodrijdt en in het ziekenhuis verplegend personeel bedreigt dat zich over het slachtoffer buigt, hoort lang achter de tralies” Door dit standpunt nadrukkelijk als eigen standpunt naar voren te brengen suggereert zij dat de rechters het tegendeel voor hun rekening nemen. Dat is – uiteraard - onjuist. De onjuiste presuppositie in Marbes bewering is dat het duidelijk is wie de verdachte is. En dat is nu juist het probleem in deze zaak. Het is niet helder wie de bestuurder was en wie achterop zat.
Cuperus doet dit probleem af als juridische haarkloverij, waardoor het “daderduo” vrijuit ging. Ook hier is de verzwegen vooronderstelling dat het duidelijk is wie de dader is, maar dat is volgens het hof nu juist het probleem.