Juichkreten voor Bommelje

Het Nederlandse onderwijs stinkt. Dat was in een notendop de boodschap van Bommelje (zie het vorige bericht) en, zoals te verwachten was, die boodschap sloeg aan. Grappig is uitgerekend een artikel met ondermaatse argumentatie zoveel bijval kreeg van Nederlandse intellectuelen, die allemaal vinden dat anderen (zijzelf dus uitgezonderd) er intellectueel niet veel van bakken.
Een van hen is J.W. Slooff, emeritus buitengewoon hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft (NRC, 9.2.13). "Het artikel van Bastiaan Bommeljé over de 'verdomming' in het onderwijs is me uit het hart gegrepen. Ik kan er, helaas, uit ervaring over meepraten." En waar blijkt dat dan uit? Nadat Sloof tien jaar geleden met emeritaat was gegaan, gaf hij in de afgelopen vijf jaar nog wel jaarlijks zes weken college aan de Technische Universiteit Delft, in het kader van een zogenoemde minor (interfacultair studieproject voor derdejaars). Inderdaad, met die ervaring kun je meepraten over - onder meer - de ontwikkelingen van de prestaties in het taalonderwijs in het onderwijs.
"Op zichzelf was dit leuk, maar het is deprimerend om te moeten vaststellen dat het razendsnel achteruit gaat met de kennis, betrokkenheid en motivatie van de (gemiddelde) student. Moeite investeren om, met enige kennis van zaken, iets goed te kunnen doen, lijkt niet meer van deze tijd." Lijkt? Dus niet echt?  
"Ik begin steeds beter te begrijpen waarom we in dit land infrastructuur- en andere grote projecten niet meer met voldoende kwaliteit en binnen de gestelde tijd en het beschikbare budget kunnen realiseren." Heeft Sloof nooit gehoord van de Big Dig? Of van andere (buitenlandse) megamislukkingen. Het is in elk geval geen Nederlands verschijnsel en daarom is het strikt argumentatief onjuist om op basis van de constatering dat (a) "het onderwijs slecht is" en (b) "megaprojecten niet meer met voldoende kwaliteit en binnen de gestelde tijd en het beschikbare budget worden gerealiseerd" te concluderen dat (b) veroorzaakt wordt door (a).
Mijn belangrijkste bezwaar is Sloofs gekoketteer met zijn hoogleraartitel. Hij is geen specialist op het gebied van de onderwijsprestaties in het Nederlandse onderwijs. In dit geval schermt Sloof met een titel die in dit verband irrelevant is. Dit lijkt me een illustratief voorbeeld van een intellectuele erosie.